magazine_09_2005.pdf

  • Published on
    06-Nov-2015

  • View
    32

  • Download
    8

Transcript

T i j d s c h r i f t v o o r k u n s t e n c u l t u u r i n h e t o n d e r w i j s2september 2005-9ZACHTJES TIKT DE REGEN TEGEN HET ZOLDERRAAMHet schooljaar en het culturele seizoen 2005-2006 draaien al weer op volle toeren. Wat is de zomervakantie dan weer snel voltooid verleden tijd. Bent u het zachtjes-tikt-de-regen-tegen-het-zolderraam-gevoel al weer kwijt? Alle scholen, de kunstvakkendocentopleidingen en de instellingen voor kunsteducatie bruisen -als het goed is- weer van allerlei activitei-ten. Kunstzone wenst u van harte een genspireerd en gloedvol cursusjaar toe. Wij van Kunstzone willen u daarbij ook dit jaar graag weer een beetje terzijde staan.Het overleg- en inspraakseizoen is ook weer heropend. De nieuwe onderbouw, voorheen de basisvorming, komt snel in zicht. Schoolleiders, vakgroepen en personeelscommissies buigen zich over urentabellen en roostermodellen om de leerge-bieden in de onderbouw vorm te geven. En voor het voorbereidend hoger onderwijs, dat is dus de bovenbouw havo/vwo ofwel Tweede fase, geldt iets dergelijks ook. Het meest verfoeide woord in de school op dit moment: scenario.Het gaat goed met de examens in de kunstvakken. In het examenjaar 2005 meldden 424 Nederlandse dagscholen voor havo/vwo zich bij de IBG (de Informatie Beheer Groep te Groningen) voor de examenopgaven: voor CKV2 waren dat 218 scholen (de scholen die zelf een eindtoets CKV2 maken zijn hierbij niet meegerekend), voor muziek oude stijl 80 scholen en voor beeldende vakken oude stijl 203 scholen. Anders gerekend: 20% van de havo/vwo-scholen heeft voor zover bekend nog geen eindexamen in een kunstvak of heeft een eigen CKV2-toets. Kijkend naar de aantallen leerlingen deden ongeveer 7.000 vwo-kandidaten examen in een kunstvak en bij de havo ongeveer 13.000 kandidaten. Nog zonder de deelnamecijfers uit het vmbo mee te rekenen, blijkt de school met recht de grootste culturele instelling van het land te zijn. In deze Kunstzone alle gegevens over de examens 2005.Leest u vooral ook Cultuur + Educatie van deze maand, waarin de Rotterdamse socioloog Ton Bevers (Prof. Dr. A.M. Bevers) de examens muziek en beeldende kunst plaatst in de context van de (internationale) canondiscussie. Heel interes-sant en leerzaam. Een aanrader voor alle collegas die hun blik willen verruimen.Die canondiscussie is trouwens razend interessant. Het is wel vreemd dat er in de commissie Van Oostrom, hoe klein en handzaam ook samengesteld, niemand uit de kunsteducatie zit. Lees vooral mee op de fraaie site van de commissie www.canonvannederland.nl waar Hubert Slings u op de hoogte houdt.In Kunstzone 9 veel aandacht voor berichten uit de praktijk. Dat mag ook wel aan het begin van het schooljaar: theater volgens Steiner, muziekonderwijs en zelfstandigheid, veel multimedia en film. Al jaren timmert Yamaha Music internatio-naal aan de muziekpedagogische weg met eigen cursussen en muziekscholen. Gaandeweg zoekt men nu ook contact met het regulier onderwijs. In deze Kunstzone een verslag van de in het buitenland zeer succesvolle blazersklassen, waarvan er nu eentje in Nederland start. In de wereld van de kunstvakopleidingen staat veel te gebeuren: staatssecretaris Rutte is aan zet om de hbo-master kunsteducatie te beoordelen. Kortom: de scholen zijn weer begonnen. Jos HerfsRuud van der MeerINHOUD Examens beeldende vakken vmbo 2005 2 Examens beeldende vakken havo en vwo 2005 4 Drama in de voetsporen van Steiner (deel 1) 7 Studiedag pabodocenten beeldende vakken 11 Filmmaken voor het vmbo 13 Zelfstandiger leren met GWL 16 Een blazersklas op school 18 Het symfonieorkest 21 Boekbespreking 22 Dont worry, be happy (3) 23 De vernieuwde basisvorming en muziek 25 Belevingswereld 28 Best of both worlds 29 Filmfestival op school 31 Digital Storytelling 32 Tijdschrifen 35 Aktief met CKV 36Het gaat goed met de examens in de kunstvakken.september 2005-9VAN DE REDACTIE 3OMSLAG: Maand april uit 'Les trs riches heures du Duc de Berry'Zie artikel: 'Actief met CKV'. Rechtspositie:zie pagina 151BDDB e r o e p s v e r e n i g i n g D o c e n t e n D r a m aNBDK N e d e r l a n d s e B e r o e p s v e r e n i g i n g v a n D a n s k u n s t e n a a r sVKAVVe r e n i g i n g K o n t a k t g r o e p A u d i o v i s u e l e Vo r m i n gVLBVVe r e n i g i n g L e r a r e n B e e l d e n d e Va k k e nVLSVe r e n i g i n g L e r a r e n S c h o o l m u z i e kKUNSTZ O N EAan Kunstzone werken de volgende vakverenigingen meeSecretariaat & Administratie, Harstenhoekweg 168, 2587 RS s-Gravenhage. Tel. 070-3586180, fax 070- 3588485Bureau NBDK: Zwanenveld 16-19, 6538 LP Nijmegen. Tel. 024-3430774, fax 024-3430773 e-mail: bureau@nbdk.nl, website: www.nbdk.nl Brederostraat 19, 7552 KA Hengelo. Tel. 074-243 11 67, fax 074 250 63 87 e-mail: vkav@daja.nl Secretariaat: Kluppelshuizenweg 32, 7608 RL Almelo. Tel. 0546-491745, fax 0546-492836e-mail: info@vlbv.nl, website: www.vlbv.nl Het verenigingsjaar loopt van 1 januari t/m 31 december.Opzeggingen moeten twee maanden voor het einde van het verenigingsjaar plaatsvinden bijhet secretariaat van de VLBV.Bureau VLS: Kluppelshuizenweg 32, 7608 RL Almelo. Tel. 0546-491745, fax 0546-492836e-mail: bureau@vls-cmhf.nl, website: www.vls-cmhf.nlHet verenigingsjaar loopt van 1 januari t/m 31 december.Opzeggingen moeten drie maanden voor het einde van het verenigingsjaar plaatsvinden bijhet secretariaat van de VLS.Abonnementen: binnenland 49,75 buitenland 72,50 studenten 30,-Het abonnementsjaar loopt van 1 januari t/m 31 december.Opzeggingen moeten twee maanden voor het einde van het abonnementsjaar plaatsvinden bij het secretariaat van de stichting.ColofonKUNSTZONE TIJDSCHRIFT VOOR KUNST EN CULTUUR IN HET ONDERWIJS NUMMER-9, september 2005KUNSTZONE wordt uitgegeven door de Stichting Kunstzone.HOOFD- EN EINDREDACTIE Jos Herfs, e z-mail: jjherfs@mac.com Ruud van der Meer, e-mail: meervdr.@home.nl Jan Verschaeren, e-mail: jhav7608@xs4all.nlREDACTIE Jan van Gemert, Clara Legne Saskia van der Linden, Wil & Hans WeikampVERKOOP ADVERTENTIES Jan Verschaeren, Kluppelshuizenweg 32, 7608 RL Almelo tel. 0546-491745 e-mail: info@vlbv.nlVORMGEVING EN DRUK Jaroff Drukwerkmakers&Reproservice, HeerenveenSTICHTING KUNSTZONE Secretariaat Maria Langemeijer, Lisztstraat 2, 2651 VL Berkel en Rodenrijs tel. 010-5114397 e-mail: kunstzone@hetnet.nl STICHTING KUNSTZONE Niets uit deze uitgave mag worden verveelvul-digd en/of overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.ISSN: 1570-7989Examens beeldende vakken vmbo 2005CPE Het magazine bevatte ook een korte omschrij-ving van de CPE-opdracht. Dit jaar moest de kandidaat een object ontwerpen, dat hij aan, op of om kon doen en waarin een positieve emotie van hemzelf zou worden getoond; f een object -eveneens draagbaar- dat bescher-ming zou bieden tegen negatieve emoties van anderen. Een paar weken lang kregen ze de gelegenheid zich op die opdracht te orinteren. Daarna -het exacte rooster konden de scholen zelf opstellen- dienden zij in twaalf klokuren de opdracht uit te voeren, erop reflecteren en het geheel presenteren. De maximaal te behalen score bedroeg 50 punten.Uit de versnelde correctie, dit jaar veelal via WOLF naar het Cito verstuurd, bleek dat de gemiddelde score -geba-seerd op een steekproef van 1131 kandidaten- ruim 31 bedroeg. Onder meer uit de reacties tijdens de evaluatie-bijeenkomst in Utrecht op 30 mei jl. bleek dat de opdracht over het algemeen bij de kandidaten aansloeg en in de meeste gevallen heel persoonlijk en zeer inhoudelijk werk opleverde. Ook docenten toonden zich enthousiast en ble-ken aangenaam verrast met resultaten van hun kandidaten.CSE Het thema had niet alleen betrekking op het CPE: ook het CSE was dit jaar gewijd aan kunst en vorm-geving die over emoties gaan. Ook daarvoor bood -naast de septembermededelingen van de CEVO- het magazine een kader: thema, subthemas en stofbeperking werden erin omschreven.Het CSE bestond uit vier blokken met in totaal veertig vra-gen waarvoor in totaal 75 scorepunten te behalen waren. De gemiddelde score bleek 45. Helemaal nier verkeerd!Het ontsierde lichaam Het eerste blok, Het ontsierde lichaam, bestond uit zeven vragen die handelden over het werk dat Petra Hartman in 1997 maakte voor mensen met een handicap. De moeilijkheidsgraad van dit eerste blok (p'-waarde .69) bleek gering. Docenten toonden zich enigszins ontstemd over de score bij vraag 2. Daar diende uitgelegd te worden dat een beschouwer nogal wat moeite moet doen om de sieraden -tentoongesteld in kleine kastjes op een wand- te bekijken. Dat voor het behalen van de totale score twee afzonderlijke antwoorden gegeven dienden te worden, bleek volgens hen te weinig uit de aanwijzingen. Dat kan-didaten in dit blok verder goed scoorden, was volgens hen 5Marjanne Knppe-HskenVoor de bijna 7700 vmbo-kandidaten GL/TL -waarvan 5446 voor tekenen, 2127 voor handenarbeid, 172 tex-tiele werkvormen en 5 kandidaten audiovisuele vormgeving- begon het centraal examen beeldende vakken dit jaar al vroeg: begin maart kregen zij het magazine GERAAKT! Over emoties in de beeldende kunst uitgereikt. Het bood hen -vooral visuele- informatie over de wijze waarop emoties in de beeldende kunst en vormgeving worden verbeeld en/of worden opgeroepen.september 2005-9voseptember 2005-94te danken aan de informatieve spreadsheet in het maga-zine, gewijd aan Petra Hartman.De wanhoop van Munch Het tweede blok had als titel De Wanhoop van Munch. In acht vragen kwamen het proces, de uit-gangspunten en het schilderij De Schreeuw van Edward Munch aan bod kwamen. Dit blok was moeilijker dan het eerste: de p'-waarde kwam niet verder dan .60. Die lagere waarde werd met name veroorzaakt twee moeilij-ke vragen: de vragen 11 (met een p'-waarde van .40) en 15 (p'-waarde .28). Volgens docenten zat het probleem bij de eerste vraag in de complexiteit van de formulering n in de complexe handeling die gevraagd werd. En bij vraag 15 bleven kandidaten het antwoord schuldig op de vraag waarom een zo beroemd schilderij als De Schreeuw een goed uitgangspunt was voor een schilderij dat Erro in 1967 maakte. Docenten spraken overigens wel hun waardering uit voor een zo mooi en zo inhoudelijk blok!Littekens in de stad Het derde blok Littekens in de stad telde 17 vragen en had betrekking op ontwerpen en maquet-tes voor de Freedomtower van Libeskind, het ontwerp voor de Voetsporen van de WTC-torens van Arad en het Monument voor de Verwoeste Stad van Zadkine.Het was overigens het blok met de laagste p'-waarde: .55, met name veroorzaakt door vraag 23 (p'-waarde .20), 27 (p'-waarde .26) en 30 (p'-waarde .34). Vraag 23 - de vraag waarom Libeskind het jaar 1776 waarin de Verenigde Staten zich onafhankelijk verklaarden, in zijn ontwerp liet terugkomen, was volgens docenten niet eens zo moeilijk. Maar de informatie die de kandidaten voor het beantwoorden van die vraag nodig hadden, stond op te grote afstand van de vraag zelf. Dat het beeld van Zadkine, naast wanhoop, ook levenskracht kan uitstralen zoals gesteld bij vraag 27, werd door veel kan-didaten niet goed begrepen. Vraag 30, een Leg-uit-vraag waarbij kandidaten om de totale score te kunnen behalen twee aparte antwoorden dienden te geven, bleek een valkuil.Op jezelf en samen sterk Zo heette het vierde blok. Hier stond recent werk van Lucy Orta centraal; werk dat zij maakte voor vluchtelingen en daklozen. De p'-waarde was .63: rede-lijk makkelijk dus. Dit blok bevatte de gewraakte vraag met de onvolledige verwijzing: vraag 37. Van de vijf antwoorden in het correctiemodel konden op basis van figuur 5 er slechts twee gegeven worden. Correcter ware het geweest als kandidaten ook expliciet naar de afbeel-dingen 24 en 25 waren verwezen.Makkelijke vragen Naast moeilijke vragen gaf het CSE ook enkele cadeautjes' weg: vraag 5 (p'-waarde .89), 6 (p'-waarde .88) en 7 (p'-waarde .89). Het waren de laatste drie vra-gen over het werk van Hartman in het blok Het ontsierde lichaam. Ook vraag 28 (p'-waarde .85), de vraag naar de naamgeving van de Voetsporen van de WTC-torens, bleek een weggevertje.Het correctiemodel Elk jaar opnieuw blijken kandidaten creatief in het bedenken van goede antwoorden; soms creatiever dan alle examenmakers samen. Ze weten soms ook ant-woorden te geven die zelfs hun docenten niet hadden kunnen bedenken. Als dergelijke antwoorden op vakin-houdelijk gronden correct zijn, heeft de docent het recht een dergelijk antwoord te honoreren.De taal van het correctiemodel is -vanwege de eendui-digheid- vakinhoudelijk van aard. Dat wil overigens niet zeggen dat een kandidaat in precies dezelfde bewoordin-gen als het correctiemodel zou moeten antwoorden: hij doet dat vaak in zijn eigen bewoordingen. Het is aan de examinator en de tweede corrector te beoordelen of deze antwoorden waarbij vakjargon achterwege blijft, juist zijn.Normering CPE Op het CPE werd dit jaar uitstekend gescoord, beter dan de afgelopen twee jaar. Kennelijk was de opdracht zodanig dat kandidaten goed werk leverden. De Schreeuw van Munch6september 2005-9afgrijzen van een enkele kandidaat) zijn eigen bloed in een mal van zijn hoofd en liet dat stollen tot een donkerrode kop met een ijs-achtig oppervlak. Het reusachtig uitvergrote hoofd van Ron Mueck, twee jaar geleden in Haarlem te zien op een tentoonstelling die veel publiek trok, lag in al zijn kwetsbaarheid te slapen.De resultaten De normeringsterm of N-term wordt door de CEVO bepaald op basis van de ingezonden resultaten, die worden vergeleken met het gemiddelde van de resultaten van de afgelopen vijf jaar. Het gemiddeld percentage onvol-doendes van deze vijf jaar was 21%, het gemiddeld cijfer 6.2, de gemiddelde p-waarde van vijf examens bedroeg .56. De p-waarde staat los van de normeringsterm en was in 2005 .54 (hoe lager de p-waarde hoe moeilijker het exa-men, dit jaar dus iets moeilijker dan vorig jaar). De N-term voor het havo-examen 2005 werd vastgesteld op 1.4. Dat betekent: 19% onvoldoendes en een gemiddeld cijfer van 6.3. Deze N-term kwam mede tot stand als gevolg van de verwarring met betrekking tot het neoclassicisme in vraag 1.Moeilijke, makkelijke en onverwachte vragen Uit de statistische toets- en itemanalyse die het Cito uitvoert, kan worden afgeleid hoe moeilijk het examen was, maar ook wat kandidaten op elk item, dus op elke afzonderlijke vraag hebben gescoord. De eerste vraag van het examen leverde meteen al problemen op, maar werd door 51% van de kandidaten goed beantwoord en valt daarmee buiten de categorie extreem moeilijk. Daarbinnen viel vraag 11, over hoe het Groninger Museum de tijdgeest van de late twintigste eeuw weerspiegelt. Docenten op de evaluatiebijeenkomst constateerden dat tijdgeest een begrip is dat te moeilijk bleek voor havo-leerlingen. De vraag naar de vernieuwende vormgeving bij Giotto was ook lastig, evenals de vraag naar de beweegredenen van schen-kers van altaarstukken. Wat een beschermheilige is en wat de heilige Emidius met zijn geschenk (een model van de stad waarvan hij de patroon is) aan Maria wil bereiken, bleek een brug te ver voor de meeste kandidaten. Docenten geven aan dat zij nauwelijks tijd hebben om iets aan iconografie te doen, zelfs niet als de Middeleeuwen als aandachtsgebied worden aangewezen. Als ze hadden geweten dat het om altaarstukken zou gaan, had men misschien meer christelijke inhoud aan de orde gesteld. Steeds opnieuw blijkt dat de stof te omvangrijk is voor het aantal uren dat er voor het theoriegedeelte van de beeldende vakken staat. Om niet alleen maar pure kunstbeschouwing te onderwijzen maar ook kennis uit de kunstgeschiedenis aan te kunnen brengen zijn nadere richtlijnen nodig. Gotiek en Renaissance is dan als inperking nog te ruim. Probleemstellingen of instructies als bijvoorbeeld de bouwkunst van de negentiende eeuw zijn niet alleen welkom, maar lijken zelfs noodzakelijk.Neoclassicisme Als de bouwkunst van de negentiende eeuw dit jaar inderdaad opgenomen zou zijn geweest in de septem-bermededelingen van Uitleg, zou er niet zoveel verwarring zijn ontstaan bij de eerste vraag van het examen. Kun je een gebouw uit 1824 opvoeren en naar de neoclassicistische stijl ervan vragen, als het examen gaat over de kunst van 1850 tot heden? Niet? Mag dat dan wl als het een vergelijkbaar gebouw uit 1855 is? Houdt het neoclassicisme op in 1850 of hoort het bij de neostijlen van de hele negentiende eeuw? Moet het classicisme niet altijd herkend worden, al was het maar omdat het terugkomt in het postmoder-nisme? Na zorgvuldig wikken en wegen van alle argumenten kwam de CEVO tot de conclu-sie dat de vraag gesteld had mogen worden, maar dat de N-term voor het eerste tijdvak toch met een extra punt opge-hoogd zou worden omdat het jaartal 1850 in dit kader een onhandige aanwijzing was gebleken.september 2005-9Maar misschien werkt het verstrijken van de tijd in het voordeel van de kandidaten: docenten en kandidaten weten na drie jaar wel wat er zoal van hen verwacht wordt en er is oefenmateriaal in de vorm van de examens 2003 en 2004 voorhanden.De CEVO besloot tijdens de normerings-vergadering de N-term definitief op 0,9 te zetten. Dat leidde tot een gemiddeld cijfer van 6,9 bij tekenen, bij handenarbeid 7,0 en bij textiel tot 6,7. Op die vergadering besloot het DB ook de voorlopige omzet-tingstabel niet meer op te nemen in de Instructie voor de examinator.Normering CSE De resultaten worden door psycho-metristen en examenmakers uitgebreid geanalyseerd en bestudeerd. Ze worden onder meer vergeleken met de resultaten van voorliggende jaren. Ondanks de onvolledige verwijzing bij vraag 37 besloot de CEVO te N-term te zetten op 0,8. Het gemiddelde cijfer kwam daardoor te liggen op 6,2 en het percentage onvoldoendes op 18.Toelichting en begrippenlijst CEVO en Cito hebben afgelopen jaar een toe-lichting op het examenprogramma beeldende vakken vmbo en een begrippenlijst ontwikkeld. Deze werden door de CEVO in het voorjaar van 2005 op haar site gezet. Vakverenigingen en individuen werden uitgenodigd op deze concepten te reageren. Die reacties zullen binnenkort worden bestudeerd. Daarna worden deze documenten vastgesteld en gepubliceerd. Vanaf dat moment geven ze aan docenten, hun kandidaten en examenmakers richting. Septembermededelingen De examens 2006 liggen bijna op de Cito-plank. Het onderliggende thema zal in de septembermededelin-gen van 2005 worden bekendgemaakt. Ik hoop dat kan-didaten er net zo door worden geraakt als door het thema van dit jaar. Marjanne Knppe-Hsk en is medewerker beeldende vak-ken bij de Citogroep.7Zelfportret van Ron MueckVerwoeste stad van ZadkineExamens beeldende vakken havo en vwo 2005Marieke Wensing (Citogroep)Dit jaar gaven 5766 havo-kandidaten op 253 scholen zich op voor de centrale examens kunstbeschouwing/kunstgeschiedenis die onder de naam tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen worden afgenomen. Voor docenten was er weer een landelijke evaluatiebijeenkomst georganiseerd. Evenals vorig jaar vond men het examen mooi, maar vielen de resultaten tegen. Hoewel de examenmakers naar aanleiding van de bespreking van 2004 citaten had geschrapt en de taal zoveel mogelijk had vereenvoudigd, struikelden veel kandidaten over blijkbaar te moei-lijke woorden als tijdgeest en vergankelijkheid.Inhoud Voor de derde keer bestond het havo-examen uit n groot algemeen deel, waarin architectuur, schilder-kunst, beeldhouwkunst, mode en reclame ondergebracht waren. Rode draad was dit jaar de beeldende kunst zelf: museumgebouwen, een altaarstuk waarop de schenker het altaarstuk waarop hij zelf staat, aanbiedt aan Petrus, een middeleeuws Droste-effect. Verder voor het eerst in de geschiedenis van de havo-examens Mondriaan, zijn werk en het gebruik daarvan in mode en commercie. Het examen eindigde met driedimensionale zelfportretten van kunste-naars. Bouwmeester Pilgram kijkt met het zelfbewustzijn van de renaissancekunstenaar het middenschip in van de door hem gebouwde dom in Wenen. Marc Quinn goot (tot voMeester Pilgramseptember 2005-9Er kwamen ook reacties over een kwestie in het laatste blok. Gevraagd werd waarom het beeld van Quinn, de kop van gestold bloed, een diepere betekenis krijgt zodra je weet van welk materiaal hij is gemaakt. Dat het beeld over ver-gankelijkheid ging, was al eerder aan de orde geweest. Nu gingen kandidaten een ng diepere betekenis zoeken, terwijl het antwoord nagenoeg hetzelfde zei als de inleiding op de vraag, alleen in andere woorden. Omdat de leraren op de evaluatievergadering meldden dat velen het woord vergan-kelijkheid, een belangrijk begrip in de kunst, niet kenden, kun je je afvragen hoeveel er bij het zoeken naar die diepere betekenis tch nog bij het broze, het sterfelijke uitgekomen zijn. En het beeld dus buiten de taal om wellicht toch begre-pen hebben.Het vwo-examen 2583 kandidaten op 224 (reguliere en vavo-) scholen gaven zich op voor het vwo-examen. De docenten op de evaluatievergadering waren blij met een thema dat ze al kenden, namelijk Kunst Kennis Kunde I. Voor deze tweede ronde kon dezelfde bundel gebruikt worden. En leerlingen konden oefenen met het vorige examen. Maar dat oefenen heeft helaas geen betere examenresultaten opgeleverd.Resultaten Het vwo-examen, met blokken over ruimte-illu-sies, kassen, dynamiek en verzamelen, bevatte een aantal schoonheidsfoutjes. De eerste vraag gaf meteen al proble-men: veel kandidaten begrepen niet wie met bij de Drie-eenheid toegevoegde figuren bedoeld werden. Zij gaven antwoorden over God de Vader, Christus en de Heilige Geest, de figuren binnen de Drie-eenheid.Bij vraag 8 werd naar afbeelding 1 verwezen, terwijl naar Mantegna op afbeelding 2 werd gevraagd. Deze fout werd meteen hersteld door de scholen te berichten dat alle ant-woorden bij Mantegna moesten worden goedgerekend. Bij vraag 14 ontstond verwarring over de luchtbogen die volgens de architect geen constructieve functie hebben. De luchtbogen zijn vanuit het interieur te zien, maar helaas niet op de afbeelding van het interieur in het examen. Zelfs een docent ging toen twijfelen of de vraag misschien over andere bogen ging.De moeilijkste vragen waren die naar de beweegredenen van kunstenaars in de vijftiende eeuw om het trompe-loeil toe te passen en over de uitspraak van Hughes over de onhandige entree van de auto in de wereld van de kunst. Kandidaten interpreteerden het verkeerd omdat ze leken te denken dat Hughes dat in 1907 had gezegd. Bovendien meenden ze luchtvervuilende wolken te zien op de achter-grond van het relif. Er waren ook weggevertjes: de positie die ingenomen moest worden om het fresco van Masaccio goed te kunnen zien, bleek alom bekend. En, hoewel min-der bekend, want slechts tijdelijk te zien geweest, iedereen kon ook beantwoorden hoe vorm en formaat van de Twin Towers werden opgeroepen door de lichtbundels die in 2001 even de skyline van New York herstelden.De CEVO stelde dit jaar de N-term vast op 1.2, waardoor het percentage onvoldoendes op 17 uitkwam en het gemid-deld cijfer op 6.4. Het examen loopt daardoor in de pas met examens van de afgelopen jaren (2004: gemiddeld 6.4 en 18% onvoldoendes). De p-waarde van het examen bedroeg .58, evenals in 2004 en 2003. 8 9Drama in de voetsporen van Steiner (deel 1)Johanna KlaassenIn de afgelopen twee jaar heb ik mij verdiept in het dramaonderwijs zoals dat gege-ven wordt op de Vrije School. Volkomen onbekend met antroposofie kwam ik drie jaar geleden als afstuderend dramadocent terecht op de Vrije School Nijmegen, het Karel de Grote College. Onwetendheid en fascinatie spoorden mij aan tot theoretisch en prak-tisch onderzoek naar de effecten van de antroposofische stempel op het dramaonderwijs. Inmiddels heb ik beter zicht op het antroposofische (drama)onderwijs en deel ik mijn bevindingen graag met de lezer.september 2005-9Dit artikel beschrijft achtergrond en invulling van het antro-posofisch drama- en toneelonderwijs. In een volgend num-mer ga ik dieper in op de antroposofische lespraktijk.De deur zwiept open. Ik sta met uitgestoken hand bij de deuropening. En voor n drukken de Vrije School-kinderen me de hand, pakken een stoel, zetten hem in twee rijen voor het podium en kletsen gezellig bij tot het moment van de spreuk. Ik ga staan en kijk rond, de kinderen vallen druppelsgewijs stil en wachten tot ze het teken krijgen. Zodra ze staan, rechtop, stil en bijna statig, zeggen we gezamenlijk de ochtendspreuk. 'Ik zie rond in de wereld'. Voor me staat een groep tieners die vanaf de brugklas -en velen zelfs vanaf de kleuterklas- altijd bij elkaar is geweest. En elke ochtend dit ritueel, als groep. Elke ochtend samen les. Elke periode van drie weken geza-menlijk een thema in een bepaald vak. Deze periode wer-ken we aan een toneelstuk. De ultieme manier om elkaar nog beter te leren kennen: een periode waarin leerlingen meer dan ooit op elkaar zijn aangewezen in groepsop-drachten en werkgroepjes met als einddoel een gezamen-lijk product waaraan ieder zijn eigen steentje bijdraagt.Antroposofisch onderwijs benadrukt het belang van staps-gewijze ontwikkeling en is gericht op het complete gebied van het voelen, willen en denken. Daarnaast wordt er in de antroposofische onderwijsvisie veel belang gehecht aan het groepsproces, de magie van het verhaal en spiritualiteit.Het gedachtegoed van Steiner Het waren de spirituele ervaringen in zijn vroege jeugd die Rudolf Steiner (1861-1925) aanzetten tot zijn zoektocht naar waarheid. Hij kon echter nergens zijn idee van de spirituele wereld plaatsen, hetgeen hem noodzaakte een eigen kennistheorie te ontwikkelen. Hierbij bestu-deerde hij ook de theorien en werken van Kant, Goethe en Nietzsche en dit leidde tot zijn eigen wetenschap van de geest: de antroposofie.Steiner hield zich ook bezig met de kunsten -drama, schil-derkunst, architectuur en euritmie- waarin hij de creatieve ontstaanskrachten van de spirituele zienswijze trachtte aan te tonen. De Eerste Wereldoorlog gaf hem hernieuwd inzicht in de menselijke aard en hoe deze nieuw leven zou kunnen inblazen in de sociale sfeer. Zijn zienswijze wierp bruikbare vruchten af op het gebied van onderwijs, land-bouw, therapie en geneeskunde.Men dient niet te vragen: wat moet de mens weten en voHemels gewelf van James TurellTibute to light10 11po/voFoto: Hans Gerritsenken-nen voor de bestaande sociale orde? Maar: wat is in de mens in aanleg aanwezig en wat kan in hem ontwikkeld wor-den? Dan zal het mogelijk zijn de sociale orde steeds nieuwe krachten toe te voeren uit de opgroeiende genera-tie. (Rudolf Steiner)Het onderwijs op de Vrije School Bovenstaand citaat wordt in de schoolgids van het Karel de Grote College gebruikt om de kern van de onderwijsvisie van de Vrije School te verduidelijken: Opvoeden is geen vat vullen maar een vlam ontsteken. Alle activiteiten die met de leerlingen op de school worden ontplooid zijn bedoeld om bij te dragen aan de individuele ontwikkeling van de leerling. Daarbij wordt gestreefd naar een evenwichtige ontwikkeling van het gebied van de wil (handelingsgebied), het gebied van het gevoel (emotioneel gebied) en het gebied van het denken (cognitief gebied). Vakken als handvaardigheid, tekenen, muziek, drama, eurit-mie, lichamelijke opvoeding dragen daartoe met name bij.Leeftijd en ontwikkelingsfase vormen de basis voor de opbouw van het leerplan. Ook in de vormgeving van het onderwijs komt dit naar voren. Leerlingen blijven tot hun eindexamen bij dezelfde klasgenoten waarmee ze dagelijks tenminste de eerste twee lesuren samen lessen volgen. Differentiatie naar leerroute gebeurt zoveel mogelijk in de klas. Het dramaonderwijs op de Vrije School Het antroposofisch dramaonderwijs is vooral gericht op ontwikkeling en de verschillende ontwikke-lingsstadia. Volgens Steiner verlangt elke leeftijdscategorie een specifieke benadering. Zo is voor de onderbouw toneel een verwerkings- en verdiepingsvorm waarmee je bezig bent. Dan gaat het om het ervaren maar nog niet het vormgeven. Bij de midden- en bovenbouw wordt de aandacht steeds meer gericht op vormgeven, thematiek, symboliek en eigen compositie. (Frank Oelen, Vrije School Den Haag).Volgens Frank Oelen, een antroposoof pur sang, is de essentie van drama om gevoel te krijgen voor het lot. Volgens hem is de werking van het lot altijd zintuiglijk en zijn de leereffec-ten enorm: Door inzicht te krijgen op hoe het lot zich ontwikkelt, krijg je zicht op je eigen ontwikkeling, de ontwikkeling van de mensheid en gevoel voor je omgeving en hoe je daar zelf in staat. Deze ontwikkeling ziet hij ook in de toneelliteratuur. Je ziet het lot goed bij de tragedies van de oude Grieken. Het publiek kon door het meeleven met het lot van de spelers catharsis bereiken. Bij de Commedia dell arte bepaalt de sociale omgeving het lot. Hier is vooral het karakter belangrijk. Bij Shakespeare komt de bevrijdende humor naar voren in de liefde en het individuele. Hier is vooral de handeling belangrijk.Toneel is volgens Oelen altijd vanuit de vertelling. Op de onderbouw worden de kinderen gevoed en begeleid met beeldend vertellen en ze zelf laten (na)vertellen. Zo worden verhalen gebruikt uit het Oude Testament, fabels en Griekse tragedies. Vanuit het beeld kunnen de kinderen zich identificeren met karakters. Tegelijkertijd verwerken ze de dagelijkse stof. Ook in de midden- en bovenbouw is vertelling de verbindende draad, waarbij aangesloten moet worden bij de ontwikkeling van het kind van de onder-bouw.Naast de specifieke benadering die wordt gevraagd tijdens de ontwikkeling van het kind, is gedurende de gehele schoolperiode vooral het groepsproces belangrijk. In de verbinding met de ander en tussen verschillende binnen-werelden is het waar de magie ontstaat, wat Carel van Vliet van de Vrije School Nijmegen verwoordt met zijn term inner bodies. Als antroposofisch (drama)docent is dan ook je gerichtheid op het sociale functioneren van het kind n van je belangrijkste taken. Op de Vrije School neemt het bindende karakter van drama en toneel dan ook een belangrijke plaats in. Leerlingen zijn meer dan ooit op elkaar aangewezen in vertrouwen, respect en accepta-tie waardoor een sterke groepsvorming wordt ervaren. Alle leerlingen spelen bijvoorbeeld twee keer in hun middelbare school periode met de hele klas in een toneelstuk. Toneel is naast de reguliere dramalessen (een lesuur per week op jaarbasis) en CKV ook in een schooloverkoepelende vorm terug te vinden. Zo worden de seizoensfeesten gemar-keerd door jaarlijks terugkerende toneelstukken die worden gespeeld door het college van docenten: het Paradijsspel, het Herderspel, het Kerstspel en het Driekoningenspel.Hoewel de aandacht voor het kunstzinnige juist als de meerwaarde van de Vrije School werd gezien (Joppe de Ruiter, Vrije School Nijmegen), kwam tijdens de interviews de magie van theater als kunstvorm verhoudingsgewijs weinig naar voren, behalve dan bij CKV1. De sociale functie van drama kwam wel aan bod.Overeenkomsten De laatste jaren is de aandacht verschoven van afzonderlijke vakgebieden naar leergebieden en is het kunstonderwijs steeds meer vakoverstijgend en multidisciplinair geworden. In de onderwijskundige ver-nieuwingen wordt de leerling centraal gesteld en passen ook de constructivistische benadering en theorien over meervoudige intelligenties, niet alleen IQ, maar ook het sociaal en emotioneel quotint. Kijken we specifiek naar de Vrije School, dan zien we dat deze benadering (leerlinggericht, constructivistisch, vakoverstijgend en multidisciplinair, met veel oog voor de sociale en emotio-nele ontwikkeling) al veel langer aandacht heeft. De Vrije School heeft dan ook veel mogelijkheden om bij deze onderwijsvernieuwingen aan te sluiten.Het dramaonderwijs op de middelbare school is zowel gericht op vakinhoudelijke leerdoelen (zoals basistraining in spel en beschouwing) als vakover-stijgende en algemene leerdoelen (zoals samenwerking en persoonlijke ontwikkeling). De vakinhoudelijke leerdoelen van regulier en antroposo-fisch onderwijs zullen nagenoeg over-een komen (drama draait altijd om de vier domeinen: spelen, vormgeven, presenteren en beschouwen). Ook zijn algemene leerdoelen in het reguliere dramaonderwijs van groot belang (sociale acceptatie wordt op alle schooltypen als een belangrijk effect gezien en overal wordt gewerkt met niveauverschillen en differentiatie). Ook onderwijsmethodes zoals com-petentiegericht leren zie je bij zowel regulier als antroposofisch onderwijs. Het is vooral de verhouding vakinhou-delijke en vakoverstijgende leerdoelen die sterk afhankelijk is per school en docent.Verschillen De Vrije School profileert zich in haar even-wichtige ontwikkeling van de wil, het gevoel en het den-ken dat naar voren komt in de uitgebreide aandacht voor de kunst- en bewegingsvakken. Het vak drama levert hiermee dus een belangrijke bijdrage aan dit streven naar evenwichtige ontwikkeling van het kind. Hoewel op de Vrije School veel waarde wordt gehecht aan kunst en cultuur, ligt binnen het dramaonderwijs meer nadruk op de vakoverstijgende leerdoelen. De Vrije School richt zich in het vak drama en toneel vooral op groepsprocessen (om leren gaan met de ander) en persoonlijke ontwik-keling (jezelf leren kennen en leren houden van je eigen onvolkomenheden).Daarnaast onderscheidt het Vrije School onderwijs zich door de antroposofische thematiek (zoals de verschil-lende fasen van bewustzijn en de jaarlijks terugkerende vertellingen die de seizoenen markeren) en de spiritua-liteit (waaronder geloof in het lot en rencarnatie). Ook de keuze voor toneelstukken weerspiegelt het antropo-sofisch gedachtegoed. Elke leeftijdscategorie heeft zijn eigen thema: zo is het thema van de 8e klasser sociaal realisme en van de 10e klas groepssamenhang. In deze lijn speelde het afgelopen cursusjaar een 8e klas (13/14-jarigen) onder regie van Carel van Vliet (Vrije School Nijmegen) het toneelstuk Momo en de tijdspaarders van Michael Ende waarin de zin of zinloosheid van geluk en tijdsbeleving centraal staat.De spiritualiteit van de Vrije School is zichtbaar in veel kleine dingen: het windorgel in de docentenkamer, de gedenkkaarsjes ter nagedachtenis aan leerlingen en docenten, de posters en boeken van Steiner, de verschil-lende stenen in de vensterbank, de spreukenkalender aan de muur. De spiritualiteit is al voelbaar vanaf het moment dat je het schoolgebouw binnenkomt. Alsof elke steen de antroposofie in zich heeft opgenomen. Het klassikaal opzeggen van de ochtendspreuk, de gezamen-lijke kerstviering, het opzeggen van de docentenspreuk bij aanvang en afsluiting van de vergadering, de maan-delijkse lezingen over de antroposofie, de gezamenlijke koor- en euritmie-uitvoeringen. Al deze antroposofische september 2005-9september 2005-912september 2005-913september 2005-9uitingen bewerkstelligen een sfeer die gebalanceerde rust en eenheid uitdraagt en soms gedragenheid. Drama speelt met deze sfeer. We stijgen op, om los te komen van de dagelijkse schoolboekensfeer en we stampen onze voeten flink de grond in: geen magie zonder gezwoeg door de modder.Drama in de voetsporen van Steiner De antroposofie en het dramaonderwijs ont-moeten elkaar in de zoektocht naar het niet-fysieke via het fysieke. Zo probeert de antroposofie via lichaamsbouw van een kind het karakter te onderzoeken en beschrijft het vervolgens dit karakter in termen van planeten. Drama probeert met behulp van lichaamswerk -door uit te zoeken hoe het eigen lijf reageert op innerlijke (bewegings)impulsen en het effect van de omgeving- een vocabulaire te ontwikkelen dat iets vertelt zonder (stil spel) of nst woorden (tussen de regels door). In groepswerk kan magie ontstaan die het fysiek-menselijke overstijgt. Drama geeft de leerling de kans om mee te stromen in deze magie die hem iets leert over zichzelf en de wereld. Het vak drama rust de leerling uit met kennis en ervaring die in directe verbinding staan met zijn gevoelsbeleving en die hij als spirituele bagage mee kan nemen voor de rest van zijn leven.Ik sta in de deuropening van Steiner. Hij nadert me. We kij-ken elkaar aan. Steiner knikt vriendelijk naar me en is dan verdwenen. Alleen zijn voetsporen zijn nog zichtbaar. Een centraal thema Het thema van deze studiedag was Vakspecifieke competenties beeldende vakken. Collegas van andere hogescholen en leden van de Beeldgroep hebben samen het thema voorbereid in de Werkgroep Vakcompetenties door te werken aan een document met vakcompetenties en indicatoren, dat tijdens de studiedag aan de deelnemers werd voorgelegd om aan te vullen en bij te schaven. Dat aanvullen en bijschaven gebeurde in kleine, breed samengestelde uitwisselingsgroepen en de uitkomsten werden meteen vastgelegd in de uitgereikte digitale versies. Elke groep besprak een ander aspect van de beschreven competenties: methodes, leerlijnen, omgaan met leren, leeromgeving, organisatie. Dit alles gezet op indicatoren en theoretische achtergronden. Na de lunch werden de uitkomsten van de groepen plenair gepresen-teerd.Knelpunten Als grootste knelpunt kwam naar voren dat het wellicht prettig is om in kleine groepjes te werken aan een document, maar dat de opzet nogal fragmentarisch over-kwam. Aanbevelingen voor een volgende keer zijn dan ook: stuur vooraf de te bespreken documenten naar alle deelnemers aan de studiedag, zodat ze zich kunnen inlezen en dus een meer gerichte keuze kunnen maken voor een hboKorting op vakbonds-contributie in vo en hboVanaf het kalenderjaar 2005 is het op basis van de CAO-VO 2005-2006 mogelijk om brutoloon (eindejaarsuitkering) in te zetten voor de betaling van de vakbondscontribu-tie. Dit levert u een korting op van tussen de 30 en 50%! Door een verlaging van het brutoloon ontvangt u de korting via de fis-cus aan het eind van het kalenderjaar. Voor 1 november dient u een aanvraagformulier samen met kopie(n) van uw bank of giro-afschrift(en) van uw betaling van de con-tributie van de VLBV of de VLS in te leveren bij uw werkgever. Uw werkgever dient er op basis van bovengenoemde CAO (artikel 7.2.2) vervolgens zorg voor te dragen dat deze aanvraag door de salarisadministratie wordt verwerkt. Voor de tekst van de regeling en nadere uitleg verwijs ik u naar www.vlbv.nl (VLBV) of www.vls-cmhf.nl (VLS).Wellicht is deze korting voor uw sectiege-noten die nog geen lid zijn van de VLBV of de VLS, reden om dat alsnog te worden! In dit geval kunt u het Inschrijfformulier dat bij deze Kunstzone is ingestoken, aan uw collega geven. Of mail voor toezending van inschrijfformulieren naar info@vlbv.nl of naar bureau@vls-cmhf.nl.Studiedag pabodocenten beeldende vakkenHanneke van Bleek en Karel Sondermei jerOp dinsdag 26 april jongstleden werd in de Christelijke Hogeschool te Ede een studiedag gehouden voor docenten die op pabos lesgeven in de beeldende vakken. Deze studiedag werd georganiseerd door de Beeldgroep Pabonetwerk Beeldende Vakken. De Beeldgroep koos voor een nieuwe opzet: tweemaal per jaar een studiedag rond n centraal thema, maar daarover straks meer.Foto: Marian Hinderink14september 2005-9 september 2005-9bepaald deelonderwerp.Tweede knelpunt: op de hogescholen is het curriculum zo divers opgebouwd dat het beter is de competenties slechts op de niveaus van opleidingsbekwaam en startbekwaam uit te werken. De beschrijvingen voor het behaalde niveau worden in een verdiepende minor aangegeven.Positieve punten Het gekozen thema was en is voor veel collegas uiterst actueel. De concentrische opzet van het document sprak erg aan. Ook de manier waarop er met zijn allen aan gewerkt werd, was leerzaam en inspirerend. Vakinhouden die wel eens dreigen te verwateren bij hardwerkende docenten werden opgehaald door opmerkingen van col-legas in de verschillende uitwisselingsgroepen.Workshops In de middagpauze was er de mogelijkheid materialen te bekijken van uitgeverij Lambo en het tijd-schrift Bij de Hand. Veel aanwezigen hebben zich inge-schreven op zichtexemplaren van nieuwe beeldende methodes. Ook vertegenwoordigers van de vakverenigin-gen NVTO en VLBV waren actief aanwezig.Na de lunch had iedereen de gelegenheid zich aan te slui-ten bij een van de aangeboden workshops: strategische bespreking van een gezamenlijke reactie op het advies-document Koersen op Meesterschap, actieve workshops Genspireerd of competent en Digital storytelling (zie pagina 32) voorbereid door twee collegas van de Theo Thijssen Academie, Vakcompetenties door de SLO waarin de conceptuitgave van de SLO nader werd toegelicht, en een uitwisselingsgroep rondom Reggio Emilia.Nieuwe opzet De Beeldgroep kiest voor een nieuwe opzet en frequentie van de studiedagen: tweemaal per jaar een studiedag rond een centraal en zo mogelijk actueel thema. De oude studiedagen waren breder opgezet en vonden slechts eenmaal in de twee jaar plaats. Deze verandering is mede tot stand gekomen door reacties van deelnemers aan de studiedagen. Juist door deze nieuwe en informele opzet was er op deze studiedag voldoende tijd voor actieve uit-wisseling van ideen en het uitdiepen van een gezamenlijk onderwerp. De pauzes werden bovendien goed gebruikt om oude bekenden op te zoeken en nieuwe contacten te leggen.Resultaten Alle aantekeningen, aanvullingen en aanbe-velingen zijn centraal gebundeld en door leden van de Beeldgroep uitgewerkt in een document dat sinds juni jl. op onze website www.vlbv.nl/beeldgroep/inleiding.html staat.En nu? Op dinsdag 22 november a.s. organiseren we opnieuw een studiedag. Van 9 tot 16 uur gaan wij in Pabo Den Bosch aan de slag met het thema Het nieuwe leren: vraagsturing/zelfsturing binnen de beeldende vakken met als inleider Jos Letschert (hoogleraar Universiteit Twente, lector Hogeschool Edith Stein Hengelo en stafmedewerker SLO). Voor aanmeldingen en reacties kunt u mailen naar het contactadres van de Beeldgroep: m.hinderink@home.nl. Hanneke van Bleek en Karel Sondermeijer zin beide lid van de Beeldgroep Pabonetwerk Beeldende Vakken.Jedidjah Jul ia NoomenJedidjah Jul ia NoomenJedidjah Jul ia NoomenSinds de invoering van CKV op het vmbo zijn scholen, al dan niet noodgedwongen, actief op zoek naar manieren om het kunst- en cultuuronderdeel voor hun leerlingen zo zinvol mogelijk in te vullen. Deze taak is niet makkelijk. Iedereen kent de gruwelverhalen over groepen vmbo-scholieren die zich misdragen in theaterzalen of musea en bovendien is het voor veel docenten nog maar de vraag of cultuur berhaupt wel een zinvolle tijdsbesteding is voor leerlingen die waarschijnlijk in de rest van hun leven nauwelijks meer aan cultuur-deelname zullen toekomen. voFoto: Marian HinderinkFoto: Marian HinderinkFilmmaken voor het vmboMakkelijker dan het lijkt!Dat het vmbo een ingewikkelde doelgroep is, merken wij bij Stichting FilmSet ook. Onze stichting, die al enkele jaren door het hele land workshops film geeft, wordt met name de laatste twee jaar regelmatig gebeld door vmbo-docenten die graag willen dat we een workshop geven voor hun leerlingen. Deze workshops zijn over het algemeen een groot succes, maar vaak hebben we onze handen meer vol aan de CKV-docenten dan aan de vmbo-leerlingen. Vooral de verwachtingspatronen en de uitein-delijke wensen van de leerlingen en de docenten blijken vaak nogal haaks op elkaar te staan. Met dit artikel hopen we CKV-docenten beter inzicht te geven in hoe film en filmworkshops ingezet kunnen worden voor het vmbo en waar docenten op moeten letten, wanneer ze zelf met film aan de slag willen.Doe-kinderen Wanneer docenten ons bellen om een workshop te boeken, is het eerste wat gevraagd wordt Jullie laten ze toch wel veel zelf doen? Het zijn echte doe-kinderen, hoor!. Uiteraard antwoorden wij hier bevestigend op. We geven immers workshops en geen lezingen en dus gaan leerlingen ook zelf aan de slag. Om een workshop suc-cesvol te laten zijn, hebben de leerlingen echter wel wat achtergrondinformatie nodig. Iedere workshop begint bij ons dan ook met een korte uitleg over wat filmmaken nu precies is. Die uitleg gaat vaak in de vorm van een gesprek met leerlingen. Op die manier kunnen wij dan bovendien zelf in korte tijd beoordelen met wat voor groep we te maken hebben: Weten de leerlingen al veel over film, zijn ze bereid om mee te doen of moeten ze eerst nog over de streep getrokken worden? Opvallend is dat het tijdens deze eerste uitleg vaak muisstil is. Leerlingen vinden het spannend om naar de verhalen te luisteren van onze film-makers die naast dit lesgeven ook zelf in de Nederlandse filmwereld werkzaam zijn en allerlei anecdotes kunnen vertellen over cameras, acteurs en opnames. Natuurlijk, vmbo-leerlingen hebben een kortere aandachtsspanne dan de gemiddelde vwo-leerling, maar bij alles geldt dat theorie voor de praktijk komt en bij film is dat niet anders. Wanneer leerlingen zonder voorbereiding met een camera aan de slag gaan, komt er weinig meer zinnigs uit dan onscherpe close-ups van achterwerken en dat geeft een CKV-gastworkshop wel heel weinig educatieve waarde ... Grote groepen Bij een inleiding die ik zelf ooit deed vooraf-gaand aan de bioscoopvertoning van een serie korte films voor vmbo-scholieren, zei een docente tegen me: Hou het maar zo beknopt mogelijk. Los van het feit dat dit geba-1516september 2005-917september 2005-9seerd is op datzelfde vooroordeel waar we het net over hadden, was de opmerking mede gebaseerd op het gege-ven dat de docente net de bioscoopzaal binnen was geko-men met een groep van 60 uitgelaten vmbo-scholieren. Maar wanneer je als docente weet dat het zinloos zal zijn om voor een dergelijke grote groep buiten de schoolmuren een inleiding te geven, waarom doe je dan mee aan een dergelijke activiteit? Hoe groter de groep, hoe lastiger het is om een geslaagde workshop te geven. Dit geldt extra voor vmbo-leerlingen. Daarom is het verstandiger om voor workshops de groepen waar mogelijk klein te houden. Natuurlijk kan dit een financieel probleem opleveren, de budgetten voor CKV raken immers snel uitgeput en een klas in 2 groepen verdelen betekent meestal ook dubbel of in ieder geval meer betalen. Het resultaat betaalt zich echter dubbel en dwars terug. Het bezoeken van filmver-toningen of andere activiteiten in een grote groep kunnen best geslaagd zijn, maar hierbij is een goede voorbereiding vooraf essentieel. Wanneer een groep leerlingen echt niet geschikt is om mee te nemen naar een dergelijke activiteit, kies dan een andere activiteit uit het steeds groeiende aan-bod filmeducatieve activiteiten. Uiteindelijk gaat het erom dat de leerling er iets van opsteekt en de culturele activi-teiten die de leerling daarvoor moet ondernemen zijn een middel daartoe, niet het doel op zich.Resultaatgericht Niet alles kan. Dit lijkt een open deur, maar de docenten die ons bellen met de vraag of wij binnen n lesuur een filmpje kunnen maken met 25 vmbo-ers zijn niet meer op n hand te tellen. Het opnemen van een echte korte film van 10 minuten kost al gauw drie dagen en daar is de montage nog niet eens bij meegerekend. Natuurlijk maken we met leerlingen simpelere filmpjes, maar ook daarbij geldt dat alle stappen die genomen moe-ten worden, tijd kosten. Eerst moet er een idee ontwikkeld worden, de taken moeten worden verdeeld, iedereen moet weten wat zijn taak is, die taken moeten worden uitge-voerd en vervolgens moet de film gemonteerd worden. Alles bij elkaar kost dat meer dan een lesuur. Hiervoor geldt ook weer wat we al eerder noemden: leerlingen kunnen uiteraard een uurtje rondrennen met een camera, maar dat levert vooral veel keet op en weinig inhoud. Dit betekent niet dat serieus filmmaken niet leuk kan zijn. Ook bij onze workshops wordt er veel gelachen en worden er rare dingen opgenomen, dat hoort erbij. En dan blijkt dat wanneer de sfeer goed is en de leerlingen daadwerkelijk iets leren over filmmaken, het eindresultaat niet eens meer zo essentieel is.Workshops Onze workshops bestaan over het algemeen uit onderdelen van filmmaken, bijvoorbeeld camera, sce-nario of productie. Deze onderdelen hebben allemaal een klein eindresultaat. In de cameraworkshop tekenen de leerlingen een storyboard (stripversie van de film waarin camerastandpunten worden getekend) en maken een mini-verhaaltje in drie shots. In de scenarioworkshop wer-ken de leerlingen een kleine scne uit en spelen die ver-volgens uit. In de productieworkshop bedenken leerlingen in groepjes wat ze zelf voor film zouden maken als ze een grote Hollywood-producent zouden zijn en die filmplannen presenteren ze voor de klas. Allemaal tastbare resultaten die voor de leerlingen meer dan bevredigend zijn, maar door docenten voorafgaand vaak als te weinig worden bestempeld. Wij als volwassenen kijken vaak vooral naar het eindproduct als tastbaar bewijs van ons harde werk, maar ook hierbij geldt dat het werkproces uiteindelijk datgene is dat zorgt voor inzicht bij de leerlingen. Bij film-workshops leren ze niet alleen over film, maar ook over hoe de media kunnen manipuleren, over reclame, over financin en over samenwerking. Wanneer je leerlingen in een te korte tijd alle stappen van het filmmaken laat door-lopen, loop je het grote risico al deze leerpunten over te slaan.Uitvoerbaarheid Tot slot nog iets over de uitvoerbaarheid van projecten. Wanneer wij naar een school gaan voor een workshop, hebben we zelf de beschikking over een digitale filmcamera, een digitaal fototoestel en een laptop met montagefaciliteiten. Vaak is het echter ook nodig dat de school zelf in extra faciliteiten voorziet. Voor onze work-shops is een simpele televisie met video- of dvd-speler vaak al genoeg, maar naarmate een school meer eisen heeft, wordt ook de eis aan de apparatuur hoger. Dit is iets wat door veel docenten echter niet wordt erkend. Het gebeurt ons meer dan eens dat een school bedenkt dat ze met leerlingen een film wil maken, maar dat er niet nagedacht is over cameras en montage-apparatuur. Recentelijk kwamen we op een school waar leerlingen zelf gedurende een paar weken aan de slag moesten met het maken van een kort filmpje. Toen onze filmmakers op deze school kwamen om te helpen met de montage, bleek dat de gebruikte analoge cameras niet op de computers aan te sluiten waren waardoor het gedraaide materiaal niet ingeladen en bewerkt kon worden. Tot overmaat van ramp was het door ons geadviseerde montage-programma (gra-tis legaal te downloaden) niet binnengehaald en konden de computers geen geluid afspelen. Dit is natuurlijk een uitzonderlijke samenloop van ellende, maar variaties hier-van komen regelmatig voor. Film kan niet zonder techniek en techniek kan een filmproject zowel positief als negatief benvloeden. Het is de taak van de CKV-docent om voor-afgaand aan de workshop hiermee bezig te zijn. Informatie over wat nodig is voor filmmaken, is op diverse plekken op het internet te vinden. Ook filmeducatieve instellingen hel-pen hier graag bij. Wij bij de Stichting FilmSet geven altijd aan wat de school zelf nodig heeft en het is dan ook ver-standig om dit soort aanwijzingen op te volgen, omdat de school anders voor rare verrassingen kan komen te staan.Wees niet bang! Hopelijk hebben we met dit artikel een aantal belangrijke punten op het gebied van film binnen het vmbo kunnen aanstippen. Samenvattend komt het hier op neer:- Ook workshops hebben een theoriedeel. Wees niet bang dat leerlingen niet in staat zijn een kwartier te luisteren. Zolang het onderwerp ze genoeg boeit, zullen ze aandachtig zijn.- Hoe kleiner de groep, hoe meer er geleerd wordt. Als de groep groter is, kies dan een activiteit die bij die groepsgrootte en -soort past of investeer in het opdelen van de groep.- Een film in een lesuur maken kan niet en hoeft niet. Bezig zijn met een specifiek onderdeel van film leert de scholieren vaak meer dan het snel afraffelen van het gehele productieproces.- De techniek moet in orde zijn. Filmmaken kan niet zonder goed werkende cameras en computers. Wanneer de school dit niet heeft en ook niet kan krijgen, stel dan de verwachtingen bij en kies voor een workshop die wel gewoon uitvoerbaar is. Luister voor de technische eisen goed naar de inge-huurde workshopleider, want die weet dat het beste.Stichting FilmSet geeft op aanvraag workshops op scho-len door het hele land, in schooljaar 2004-2005 al meer dan 150! Bent u naar aanleiding van dit artikel benieuwd geworden naar ons aanbod, dan kunt u terecht op onze website www.stichtingfilmset.nl. Jedidjah Julia Noomen is medewerker van Stichting FilmSet.VLBV-Rechtspositie VLS-RechtspositieArnold Mullink Amir PoolDe Beuk 9 Kluppelshuizenweg 326941 ZA DIDAM 7608 RL ALMELOt (0316) 294346 t (023) 5478832f (0316) 294347 f (0546) 492836e rechtspositie@vlbv.nl e info@vls-cmhf.nlTelefonisch spreekuur op beide nummers op Het VLS-nummer is op woensdag- en maandag- t/m donderdagmiddag donderdagavond van 19.30 tot 20.30 uur van 14.00 tot 16.30 uur bereikbaar. Het VLBV-nummer is op maandag- en Bij afwezigheid het antwoordapparaatdinsdagavond van 19.30 tot 20.30 uur inspreken en u wordt zo spoedig mogelijk bereikbaar. teruggebeld. Twee middagen en twee avonden is VLBV-de helpdesk telefonisch bereikbaar en twee middagen en twee avonden de VLS-helpdesk.Voor algemene vragen kunt u op alle genoemde tijden bij beide terecht: Hoe zit het met mijn fpu?, Is mijn taakinvulling wel juist? Ik heb nog steeds geen benoemings-akte, wat nu? Enzovoorts.Voor specifieke vragen die u als leraar beeldende vakken of als leraar muziek aangaan, kunt u het beste contact zoeken op de tijden dat de VLBV- respectievelijk de VLS-helpdesk bereikbaar is.Bereikbaarheid helpdesk IRP voor vakbondsleden18september 2005-919september 2005-9met vier vragen:- Wat wil ik de leerling (laten) leren?- Waarom wil ik dat de leerling (laten) leren?- Hoe wil ik de leerling dit (laten) leren?- Waarom wil ik de leerling dit op deze manier (laten) leren?Hoewel er geen strategien geformuleerd zijn, dwingen in het bijzonder de laatste twee vragen de docent om na te denken over het proces. Hierdoor kan een les er heel anders gaan uitzien omdat niet, zoals veelal gebruikelijk is, uitsluitend de eerste vraag die voortkomt uit de vakin-houd, de inrichting ervan bepaalt. De oorsprong van die laatste didactische vragen ligt vooral in de leertheorie en de pedagogiek.Het is goed dat muziekdocenten zich realiseren dat het zelf-standig leren in feite in het muziekonderwijs ingebed is en dientengevolge redelijk eenvoudig toe te passen moet zijn.Bijvoorbeeld de opdracht Studeer zelfstandig deze Pavane in en voer deze stilistisch verantwoord uit, stelt eisen aan bepaalde kennis en vaardigheden. Omdat leerlingen gemotiveerd zijn om zo goed mogelijk te musiceren (inder-daad een axioma, maar vooral ook een ervaringsgegeven), zijn zij bereid om zich de kennis en vaardigheden die bin-nen de context van een opdracht noodzakelijk zijn, snel eigen te maken.Nu is het niveau van kennis en vaardigheden geen objec-tief, maar een subjectief gegeven. Leerlingen hebben op hetzelfde moment niet hetzelfde niveau. Het is dan ook logisch om de muziekles zodanig in te richten, dat er aan de persoonlijke leerbehoefte van iedere leerling tegemoet gekomen wordt. GWL Bij mijn eigen lesvoorbereidingen laat ik de zelf-bedachte term Gemiddelde Werktijd per Leerling (GWL) een rol spelen. Het uitgangspunt van de GWL is dat een leerling zoveel mogelijk in zijn eigen tempo en op zijn eigen niveau leert en daardoor het hoogste persoonlijke rende-ment uit een les haalt. Dit betekent dat bij iedere individuele leerling gekeken wordt over welke aan de opdracht gere-lateerde kennis en vaardigheden hij/zij beschikt. Door toe-passing van allerlei vormen van differentiatie zijn leerlingen daardoor op hetzelfde moment met andere dingen bezig. Door dit muziekonderwijs op maat wordt de leerling meer verantwoordelijk voor zijn (of haar) leerproces en uiteindelijk -en dat is vooral zo aardig- doen de producten niet onder voor die van docentgestuurde lessen.Hoe gaat dat dan in praktijk? Kijk maar: leerlingen van de havo 5-muziekklas werken met het programma Earmaster en cd-rom van Muziek op Maat. Bij de vleugel wordt de altstem van een vierstemmige zetting van een liedje van Queen ingestudeerd. In het lokaal wordt gewerkt aan de Algemene Muziekleer en de band bedenkt de begeleiding bij het lied. Zelfstandiger leren met GWL vo Dit zal niemand echt verbazen. Vaak zijn wij muziek-docenten gericht op het zo snel mogelijk bereiken van een zo goed mogelijk klinkend klassikaal resultaat. Procesgerichtheid lijkt hier haaks op te staan. Gelukkig is er een verschuiving waar te nemen. De visie dat de kwaliteit van het product toeneemt wanneer het leerproces meer aandacht krijgt, lijkt steeds meer aanhangers te krijgen. Gelukkig, omdat procesgerichtheid in het onderwijs altijd leidt tot zoeken naar middelen om de individuele leerling te activeren en te stimuleren tot zelfstandig leren.Dit laatste is eenvoudiger gezegd dan gedaan. In de alle-daagse lespraktijk blijkt het voor veel muziekdocenten niet eenvoudig om het zelfstandig leren een plaats te geven. Veelal stranden pogingen door vermeend ruimtegebrek of het ontbreken van (na)scholing. Zelfs muziekmethodes bieden niet altijd hulp op dit gebied.Muziek op Maat In de handleiding van Muziek op Maat valt het volgende te lezen:Het leren leren met als resultaat het zelfverantwoordelijk leren -in de toekomst- heeft ook in deze editie een dui-delijke plaats gekregen: bij ieder werkboek wordt een cd-rom geleverd met onder andere interactieve opdrachten en diagnostische toetsen. Daarnaast bevat de docenten-handleiding antwoordbladen. Dit zijn allemaal instrumen-ten die ingezet worden bij het proces waarin leerlingen steeds zelfstandiger kunnen gaan leren. Hoe deze instru-menten ingezet moeten worden staat niet aangegeven. De methode laat dit over aan de individuele docent: De docent bepaalt, vanuit zijn onderwijsvisie en expertise, op welke wijze hij met de methode werkt.Intro Ook Intro gaat nadrukkelijk in op het onder-werp zelfstandig leren. Op de site van Intro is daarover het volgende te vinden:Bij zelfstandig leren neemt de leerling functies van de docent over, met het oogmerk dat hij vooral metacogni-tieve vaardigheden ontwikkelt. Het gaat dan om vaardig-heden die bijvoorbeeld controlerend en reflecterend van aard zijn. De leerling is dan in staat om de kwaliteit van zijn leren te benvloeden. Bij zelfstandig leren treedt de docent op als begeleider, hij houdt controle op begin en eind.Als ook dat wegvalt, is er sprake van zelfverantwoordelijk leren. De leerling stelt zijn eigen doelen en evalueert het proces en reflecteert op zijn handelen. Je zou dit leer-ling-gestuurd onderwijs kunnen noemen. In zijn pure vorm komt dit in het Nederlandse onderwijsstelsel niet voor aangezien we te maken hebben met voorgeschreven doelen en eindtoetsen. De richting die we onszelf kunnen geven, is om steeds bewuster de inzet van leerlingen vorm te geven. En dat kan op vele wijzen: - vaker zelfstandig werken - leerlingen (mee) laten kiezen - opdrachten uit de drie fasen (voorbereiding, verwer-king, regulatie) verstrekken - verantwoordelijkheid geven over grotere gehelen- bij vragen/problemen in eerste instantie de leerling de oplossing laten zoeken.Zelfstandig leren Hoewel dus bij Muziek op Maat het fenomeen genoemd en bij Intro uitgebreid beschreven wordt, valt uit beide formuleringen niet precies op te maken hoe de muziekdocent de leerling zelfstandig(er) leert te leren. De auteurs geven voorbeelden of laten de invulling over aan de competentie van de muziekdocent. Meer hulp wordt geboden in Bewezen Geschikt, een assessmentprocedure voor zij-instromers in het voortgezet onderwijs. Hierin wordt de aspirant-leerkracht gevraagd om bij de voorbereiding van de les rekening te houden Leon Vl iegenIn de evaluatie van de eerste vijf jaar basisvorming -verschenen in het rapport Werk aan de basis van de Onderwijsinspectie in sep-tember 1999- werd het volgende over het vak muziek gesteld: De inspectie vindt het ontbreken van zelfstandig werken, alleen of in groepsverband bij muziek een zorgelijk punt, zeker gezien de vernieuwingen in de bovenbouw. Dit betekent dat er destijds geconstateerd is dat er in de muziekles voornamelijk instructie gegeven werd en dat er weinig aandacht was voor het individuele leerproces.Leon Vliegen is docent aan het Liemers College te Zevenaar, leraren-opleider aan het ArtEZ Conservatorium (ODM) en co-auteur van de muziek-methode Muziek op Maat.Bronnenwww.onderwijsinspectie.nl/nieuws/persberich-ten/9377Bewezen geschikt, Stoas Wageningen (2000), www.stoas.nl/smart-site5357.asp Intro, www.intro.nlKoop een auto op de sloop, van Ernst, APS 2002/2004 Muziek op Maat, handlei-ding derde leerjaar, 1ste druk 2005Earmaster, www.earmaster.comWerken met EarmasterEen liedje instuderenWerken aan algemene muziekleerDe band20september 2005-921september 2005-9 po/voClara Legne e.a.Een artikel dat riekt naar reclame. Zeker, dat vindt de muziekredactie ook. Maar wel reclame voor een initiatief dat we van tijd tot tijd willen gaan volgen, want interessant is het. Dit artikel is een bewerking van informatie die is aangeleverd door Vincent de Leur van de afdeling Music Education van Yamaha Nederland aangevuld met informatie van docent Marion Zwanenberg van het Rodenborch College in Rosmalen.Een blazersklas op schoolHoe gaat dat in zn werk?Symfonische blaasinstrumenten in de klas In het muziekonderwijs is een van de doelstel-lingen dat leerlingen de vaardigheid ontwikkelen zich muzikaal uit te drukken. Het (leren) bespelen van een instrument is daarvoor natuurlijk de meest ideale manier. Het zou daarom mooi zijn als een instrumentale basisoplei-ding in het reguliere onderwijs gentegreerd kon worden. Totnogtoe behoorde dit nauwelijks tot de mogelijkheden. Leerlingen die al een instrument hebben leren bespelen, brengen hun eigen muziekinstrument mee naar school. Leerlingen die geen instrument bespelen, worden wegwijs gemaakt op het doorgaans eenvoudige instrumentarium van de school zelf.En dat gaat naar Den Bosch toe Het idee voor een blazersklas op school is ont-staan in Duitsland, op het Nepomucenum Gymnasium in Rietberg (Noordrijn-Westfalen). Muziekdocent Wolfgang Feuerborn richtte in het schooljaar 1993-1994 een Klassenorchester op. Collegas hadden aanvankelijk de nodige vragen en twijfels: Dat kan toch niet!, 25 leer-lingen en dan ook nog op verschillende instrumenten? Ook de praktische invulling leverde de nodige vragen op: Hoe kom je aan 25 instrumenten? Is er lesmateriaal?, Wat doe je met kinderen die al een instrument bespelen?, enzovoorts. Ondanks de vele bezwaren en twijfels ging het project van start. De Amerikaanse methode Essential Elements werd door Wolfgang Feuerborn aangepast en muziekuitgeverij De Haske brengt het materiaal in verta-ling uit in samenwerking met Yamaha en de Amerikaanse uitgeverij Hal Leonard dat Essential Elements in Amerika uitgeeft. Hal Leonard (een joint-venture partner van Yamaha) is ook in Nederland een bekende naam op het gebied van bladmuziek en methodes voor het instrumen-taal onderwijs.Inmiddels zijn in Duitsland alleen al bijna 800 blazersklas-sen ontstaan. In Oostenrijk en Zwitserland enige tientallen. Collega Feuerborn geeft op internet aan genteresseerden uitleg over zijn blazersklas: www.nepomucenum-rietberg.de/index.php?a=189.In Nederland gaat in september 2005 de eerste blazers-klas van start op het Rodenborch College in Rosmalen (gemeente s-Hertogenbosch).Hoe werkt het? Bij de inschrijving kunnen leerlingen kiezen voor de blazersklas. Deze komt dan in plaats van het reguliere muziekonderwijs dat overigens ook wordt aangeboden. De schoolmuziekdocent is verantwoordelijk voor de bla-zersklas. Op het Rodenborch College hebben zich voor het komende schooljaar 29 leerlingen aangemeld. Zij kunnen kiezen welk instrument ze graag willen leren bespelen, maar daarbij moet wel gestreefd worden naar een bezet-ting die overeenkomt met een symfonisch blaasorkest (fluit, hobo, klarinet, saxofoon, hoorn, trompet, trombone, euphonium, tuba, slagwerk). In Rosmalen hebben de leerlingen een eerste, tweede en derde keus aangegeven tijdens een ochtend waarop alle instrumenten gepresen-teerd werden. Ook konden de leerlingen onder leiding van docenten van de muziekschool De Muzerije in Den Bosch, zelf eerst kennismaken met het bespelen van de instru-menten. Bij het samenstellen van het definitieve orkest heeft geen enkele leerling een instrument van derde keus hoeven nemen en tweederde kreeg het instrument van de eerste keuze.Het blazersklasproject duurt twee jaar. Elk jaar kan zo een nieuwe blazersklas gestart worden. De school zal voor elke nieuwe blazersklas opnieuw instrumenten moeten aan-schaffen die worden verhuurd aan de nieuwe leerlingen. Op den duur kan men zo een vast schoolorkest creren. Vele leerlingen zullen na het project hun weg naar de muziekschool weten te vinden. En wie zal dat betalen? Het Rodenborch College koopt de benodigde instrumenten bij een muziekhandelaar. Deze levert instru-menten van Yamaha, daarbij financieel ondersteund door deze firma. Het kiezen voor instrumenten van hetzelfde merk heeft als bijkomend voordeel dat de service en garantie onder n noemer vallen. De instrumenten wor-den vervolgens aan de leerlingen (lees: ouders/verzorgers) verhuurd. Elke leerling betaalt hetzelfde bedrag per maand (ongeveer 18,--) of het nu een dwarsfluit of een tuba betreft. Daardoor maakt het geen verschil of een leer-ling een duurder of een goedkoper instrument kiest. Voor dat bedrag van 18,-- krijgt de leerling tweemaal per week les (2 lesuren), huurt hij het instrument en wordt het lesmateriaal meegeleverd. Met de muziekhandel is de afspraak gemaakt dat de hele partij terugverkocht kan worden, mocht het project niet lopen. Maar daar ziet het niet naar uit. De ouders tekenen voor een heel schooljaar in. Er zijn natuurlijk ook andere manieren van financiren denkbaar. Daarin is de school vrij. De leerling die na het project wil blijven spelen, kan zijn instrument kopen van de school (eventueel met aftrek van de inmiddels betaalde huur). Er zijn modellen beschikbaar waarmee precies bere-kend kan worden wat de investering en de afschrijving is. Ook de kosten van de muziekschooldocenten die inge-schakeld kunnen worden en de huur die de ouders moeten gaan betalen, zijn in deze rekenmodellen verdisconteerd.De rol van de schoolmuziekdocent De schoolmuziekdocent is de spil waarom het draait in de blazersklas. Hij is degene die de klas lesgeeft met behulp van de methode Essential Elements, de leerlin-gen begeleidt en dirigeert. Het is daarbij raadzaam zich te laten ondersteunen door twee docenten van de muziek-school, een houtblazer en een koperblazer. Zij kunnen als een soort vliegende keep in de les leerlingen helpen met specifieke problemen zoals mondhouding, grepen, enzovoorts. Ze kunnen naar behoefte en in overleg inge-zet worden. Er zal af en toe ook gedifferentieerd gewerkt moeten worden, wanneer bijvoorbeeld eerst per instru-mentgroep apart gestudeerd moet worden. In Rosmalen zijn intussen goede contacten gelegd, ook met de harmo-nie.De afdeling Music Education van Yamaha kan desge-wenst bijscholing verzorgen. Het lijkt misschien zo dat een schoolmuziekdocent de leerlingen onmogelijk wegwijs kan maken op alle instrumenten, maar de praktijk wijst uit dat dit met de juiste methode en training goed kan. De docent leert in de training de specifieke basistechnieken van elk instrument onder de knie te krijgen. Inmiddels heeft een seminar in Rosmalen plaatsgehad. De betrokken docenten waren na een dag in staat samen een eenvoudig meer-stemmig stuk te spelen op instrumenten waar men eerder nog nooit op gespeeld had. Kortom, het werkt. Leiding geven aan de blazersklas vraagt verschillende vaardighe-den zoals de didactiek en methodiek van het instrumentaal groepsonderwijs, kennis van groepsdynamische processen, leidinggevende competentie, organisatie, enzovoorts. De methode De methode Essential Elements komt van oorsprong uit de Verenigde Staten, het land met een stevige traditie wat betreft schoolbands, brassbands en dergelijke. De methode is helder gestructureerd en bevat Blserklasse Rietberg22september 2005-9 september 2005-9zowel theorie, praktijk als achtergronden over de muziekinstrumen-ten. Uitgever De Haske zegt over de methode: Complete methode voor klassikaal en groepsonder-wijs. Essential Elements is de optimale methode om uw leerlingen letterlijk en figuurlijk spelender-wijs het bespelen van een blaasinstrument bij te brengen. Draagt bij aan hun verwerving en ontwikkeling van de muzikale basiskennis en vaardighe-den. Motiveert uw leerlingen en speelt een cruciale rol in hun ontwikkeling. Is geschikt voor beginnersgroepen waarvan de leerlingen dezelfde of juist verschillende instrumenten bespelen. Voldoet met de directe toepas-sing van de muziektheorie aan de opleidingseisen voor de landelijke muziekexamens in de hafabra-sector. Stimuleert leerlingen om thuis te oefenen met de meespeel-cd. Elk leerlingenboek bevat een cd die het mogelijk maakt de eerste 58 stukken uit het boek thuis mee te spelen. Voor het klassikaal en groepsonderwijs bevat de docentenhand-leiding/partituur een meespeel-cd met dezelfde stukken waarop de melodie steeds door een kleine bezetting wordt gespeeld. Om het thuis oefenen nog aantrekkelijker te maken, is er een set van drie meespeel-cds met de bege-leidingen van alle overige stukken verkrijgbaar.De meerwaarde van een blazersklas op school Op het Rodenborch College in Rosmalen is al gebleken dat de blazersklas een trekker is. Een aantal leerlingen heeft zich speciaal vanwege de blazersklas aan-gemeld en waren anders naar een andere school -vaak dichter bij huis- gegaan. De school kan zich dus met de blazersklas profileren. Goede voorlichting voor ouders en leerlingen is cruciaal. Speciale infor-matiebijeenkomsten, demonstraties op de open dag en berichtgeving in de plaatselijke media spe-len daarbij een grote rol. Op basis van de inmid-dels jarenlange ervaring met de blazersklas in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk zijn enkele conclusies te trekken:Het project heeft een positief effect op het leefklimaat op school. Docenten van andere disciplines melden dat de leerlingen uit de blazersklas socialer met elkaar omgaan en dat de sfeer in de klas het leren gunstig benvloedt. Het contact met de muziekschool (het inhuren van muziekschooldocenten hout en koper ter ondersteuning) werkt positief. Het muziekonderwijs wordt gaandeweg een belang van de reguliere school en de muziekschool zal daarin mee moeten groeien. Samenwerking ligt dan voor de hand. Leerlingen uit de blazersklas zullen vervol-gens de weg naar de muziekschool gemakkelijk kunnen vinden en muziekschoolleerlingen weten dat ze met hun instrument terecht kunnen op de (middelbare) school. Ook het Rodenborch College verwacht dat het praktisch musiceren een flinke impuls krijgt waardoor mogelijk in de bovenbouw een schoolorkest gevormd kan worden, dat de blazersklas een goede uitstraling heeft en dat de betrokkenheid van leerlingen en docenten met de school zal groeien. Vanaf tien jaar? De blazersklas is als methode al geschikt voor leerlingen vanaf tien jaar. Helaas hebben de meeste basis-scholen niet de beschikking over een vaste muziekdocent, laat staan een ingeroosterde muziekles. In Duitsland kent men dit probleem niet, omdat de kinderen daar op hun tiende jaar al naar de middelbare school gaan. Toch zijn er ook mogelijkheden de methode in Nederland op basis-scholen in te voeren. Daar ligt vooral een taak voor de muziekscholen. Binnenkort komt op een Nederlandse website meer informatie beschikbaar over de blazersklas en andere schoolmuziekprojecten van Yamaha, zoals de keyboardclass en de blokfluitklas. Op de Duitse website van de firma www.yamaha.de kan men nu al terecht voor informatie over dit project. Voor informatie kan met ook contact opnemen met Vincent de Leur, afdeling Music Education Yamaha Benelux, vincent.de.leur@yamaha.nl. LeerlingenHet symfonieorkestEen digitale blik achter de schermenBart Die lsDe CKV- of muziekdocent die het symfonieorkest in de les tot de verbeelding wil laten spreken, kan daarbij nogal wat hindernissen tegenkomen. De educatieve DVD-set Uitnodiging voor een concert biedt uitkomst.Het is een van de lastiger klussen die er zijn: het symfonie-orkest tot leven brengen in de klas. De ervaring van een live concert is nu eenmaal niet over te brengen met een verhaal over de geschiedenis van het symfonische repertoire of een bespreking van de orkestinstrumenten. En al is een bezoek van de klas aan een orkestrepetitie of een concertbezoek misschien nog wel voor elkaar te krijgen, om allerlei redenen is zon excursie weer niet voor iedere school weggelegd.Bovendien: slaag je er als docent al in om alle logistieke hindernissen tussen klas en concertzaal te overwinnen, dan blijven er nog steeds veel vragen onbeantwoord. Hoe ver-voer je een harp? Hebben orkestmusici ook wel eens podi-umvrees? Hoe komt iemand er nou toe om fagot te gaan spelen? Als de dirigent tijdens het applaus het podium heeft verlaten, wat doet hij dan eigenlijk in de coulissen? Op die vragen en nog vele meer geeft Uitnodiging voor een con-cert het antwoord.Uitnodiging voor een concert is een set van twee DVDs die het Rotterdams Philharmonisch Orkest met een keur van medewerkers speciaal voor het onderwijs heeft ontwikkeld. Het eerste schijfje is een DVD-rom met ruim acht uur beeld-materiaal. Interviews met orkestmusici, minidocumentaires en repetitiefragmenten kunnen in willekeurige volgorde worden bekeken of samengevoegd tot een eigen montage. In aanvulling daarop zijn er interactieve muziekmachines om naar hartelust mee te experimenteren.Biedt de eerste DVD een uitgebreide rondwandeling ach-ter het podium, de tweede neemt de kijker-luisteraar mee de concertzaal in. Centraal staan Modest Moesorgskis Schilderijen van een tentoonstelling, niet alleen Ravels beroemde orkestratie (in een concertuitvoering door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder een fascinerende Valery Gergiev), maar ook de oorspronkelijke versie voor piano (virtuoos gespeeld door de jonge pianist Christopher Devine), een arrangement voor slagwerkensemble en drie improvisaties door een jazztrio met trompettist Eric Vloeimans.Voor de docent zijn er lesbrieven bij de set (adviezen: Max de Boer), die helpen de DVDs te integreren in de lessen. Die lesbrieven zijn er voor groep 7 en 8, de onder-bouw van het voorgezet onderwijs, voor CKV1 en CKV3 (muziek). De DVD kan bij CKV1 ook door niet-muziekdo-centen goed worden gehanteerd. In lessuggesties en leerlingenbladen wordt een hoofd-route door de DVD uitgestippeld, plus een zijroute die vooral geschikt is voor individueel-zelfstandig werken. De lesbrieven zijn opgesteld in Word, zodat ze desgewenst eenvoudig kunnen worden aangepast. Sinds Uitnodiging voor een concert werd uitgebracht, heeft de set al veel lovende kritieken ontvangen, zowel uit de onderwijs- als uit de muziekwereld. Wat een mooie DVD, en vooral: wat een prachtige DVD-rom! schreef muziekrecensent Anthony Fiumara. Iedereen die eens een kijkje achter de schermen van een orkest wil nemen, moet deze dubbel-DVD kopen. In het blad Muziek & Onderwijs viel redacteur Frits Mennen hem bij: Samenvattend: een uniek digitaal pakket met ontelbare mogelijkheden en muzikaal van een hoge kwaliteit. Beslist een must voor elke muziek- en CKV-docent! De educatieve DVD-set Uitnodiging voor een concert is voor 12,61 (exclusief verzendkosten en BTW) te bestel-len via www.rpho.nl. Bart Diels werkt bij de persdienst van het Rotterdams Philharmonisch orkest.23 vo24september 2005-925september 2005-925september 2005-9BoekbesprekingAdobe Audition (www.adobe.nl/products/audition/main.html) is een bekend computerprogramma om geluid mee op te nemen en te bewerken. In 2003 nam Adobe het pro-gramma Cool Edit Pro over van Syntrillium en veranderde de naam in Adobe Audition. Over de meest recente versie 1.5 (maar ook bruikbaar voor versie 1.0) schreef Martin van Toll, medewerker van de NOB, een boek in de serie: Leer jezelf MAKKELIJK...Aan het boek valt direct de duidelijke structuur op. Aan het begin van elk hoofdstuk staat bijvoorbeeld een inleiding waar precies is te lezen waar het betreffende hoofdstuk over gaat. Alle paginas zijn verdeeld in twee kolommen, n met tekst en n met afbeeldingen. Elke afbeelding staat daardoor direct naast de bijbehorende tekst. Verder zijn er regelmatig extra kaders met tips of waarschuwingen. Handig aan het boek is dat het niet pers van voor naar achter gelezen hoeft te worden. Er kan ook midden in het boek begonnen worden; beno-digde kennis uit voorgaande hoofdstukken wordt of kort herhaald of er is een verwijzing naar opgenomen.Martin van Toll geeft een zeer compleet overzicht van het programma. Alle onderdelen worden uitgebreid en helder uitgelegd. De informatie is bovendien praktijkgericht: alle sneltoetsen, foefjes en manieren om het programma vol-ledig naar je hand te zetten worden telkens genoemd.Ook legt Van Toll een aantal begrippen en technieken uit die niet primair met Adobe Audition te maken hebben, maar wel bijdragen aan het doorgronden van (digitaal) geluid. Zo begint het boek met een hoofdstuk over het digitaliseren van geluid gekoppeld aan compressietechnie-ken (mp3, wma), zodat duidelijk is wat voor- en nadelen van compressie zijn. Ook geeft hij korte informatie over microfoontechniek. De volgorde van het boek: na een algemene kennismaking met de software gaat het via opnemen, eenvoudig monteren en effectgebruik naar uitleg over de toepassing van het meersporenvenster. De laatste hoofdstukken van het boek zetten alle functies, knoppen en menus nog eens op een rij. Een index maakt het boek compleet.Ik ben tevreden over dit boek. Martin van Toll leert de lezer niet alleen hoe het programma werkt, maar ook waar elke functie in de praktijk handig voor is en hoe het pro-gramma zo efficint mogelijk gebruikt kan worden. Mart i jn van NieuwenhuizenLeer jezelf MAKKELIJK... Adobe Audition 1.5Auteur: Martin van TollUitgever: Van Duuren Mediawww.vanduurenmedia.nlISBN: 90-5940-112-3Prijs: 19,90Paginas: 288Adobe Audition Dont worry, be happy (3)Marleen FlobbeSinds juli dit jaar woon en werk ik in Addis Abeba, Ethiopi. Ik ben als muziekdocent aan het werk voor Ethiopian Gemini Trust in de jeugdafdeling, de dagopvang en ik werk met de dagopvangdocenten. Ook geef ik wekelijks muziekles bij stichting MusicMayday en ik volg zelf krar-lessen aan de Yared School of Music, het plaatselijk conservatorium.Niemand die er inmiddels nog in slaagt mij af te zetten in de minibus, ik hoef de weg niet meer te vragen en ik rea-geer al lang niet meer verbaasd op wat er allemaal gebeurt op straat. Ik kan mn boodschappen in het Amhaars doen en drink kraanwater zonder ziek te worden. Ik eet injerra zonder te knoeien, met mijn rechterhand, en draai mijn lessen in de daycare in het Amhaars (klinkt ingewikkelder dan het is: gewoon zo min mogelijk praten ...). De schou-derdans lukt al een beetje, en ik kan op de kebero, gon-dor-, amhara-, tigray- en welayta-ritmes drummen. Ik ken mn studenten bij naam en ken van diegenen met dezelfde naam ook de achternaam. Na anderhalve maand weet ik bovendien welke clubs, kroegjes en cafeetjes de moeite waard zijn en wat het beste bier is (Bati-bier). Ik ben ten-slotte nog steeds student. En uiteraard kan ik nu een meer uitgebreide beschrijving van Ethiopische muziek geven ...Ethiopische muziek Traditionele Ethiopische muziek is heterofoon van opzet. Iedereen speelt zo ongeveer dezelfde melodie en improviseert er, afhankelijk van de mogelijkheden van zijn instrument, omheen. De meest gebruikte instrumenten zijn de mesenqo, de krar, kebero en washint. Ethiopische muziek is altijd ook vocaal: het Ethiopische woord zefen betekent zowel muziek als lied en er is geen speciaal woord voor instrumentale muziek. De kebero speelt een ostinaat ritme dat samenhangt met de herkomst van het lied: iedere stam heeft zijn eigen karakteristieke ritme. Masenqo, krar en washint gebruiken altijd n van de Ethiopische pentatonische toonladders: tizta, bati, ambasel of anchihoye. Van die vier toonladders, met allemaal ver-schillende afstanden, klinkt alleen anchihoye in westerse oren vreemd. De anderen passen allemaal wel in de wes-terse majeur- of mineurladder. De krar moet van tevoren in de juiste toonsoort worden gestemd, maar de washint kan niet worden gestemd en dus heeft elke washintspeler een aantal verschillende washints: verschillende hoogtes en verschillende stemmingen. De instrumentalisten passen zich aan het stembereik van de zanger aan en er wordt dan ook weinig met absolute notatie gewerkt.De mesenqo De mesenqo is het laagste instrument dat meespeelt en heeft een basfunctie. De mesenqo wordt bespeeld door je vingers op de snaar te houden en met de andere hand de snaar te strijken. De toon die klinkt als je de snaar los aanspeelt, is de grondtoon en door je vin-gers op de snaar te zetten verander je de toonhoogte. De positie van je hand bepaalt de stemming die je gebruikt en in tegenstelling tot vioolspel zijn er bij de mesenqo geen verschillende posities: iedere vinger blijft in dezelfde posi-tie, vijf vingers is genoeg voor een pentatonische toonlad-der. Net als bij de viool luistert de stemming nauw en ook de druk die op de snaar wordt uitgeoefend is van grote invloed op de klank. De mesenqo is n van de moeilijkste instrumenten om te leren bespelen en vaak duurt het jaren voordat een leerling een behoorlijk geluid weet te produ-ceren.De krar De krar kan op twee manieren bespeeld wor-den. De meest gebruikte is met een plectrum. Met de lin-kerhand worden de snaren omstebeurt afgedempt en met rechts worden de snaren aangeslagen met een plectrum. Op die manier krijg je ghost notes en de suggestie van akkoorden. Soms worden de snaren van de krar getok-keld met de linkerhand, maar deze speelwijze is een stuk zeldzamer. De krar heeft zes snaren en de toonhoogte van de snaren kan tijdens het spelen niet worden aangepast. Een krarspeler kan dus, net als een mesenqospeler, nooit moduleren. De krar is een eenvoudiger instrument dan de mesenqo, omdat die voor het spelen al in de juiste stem- vo26september 2005-927september 2005-9ming wordt gebracht. Zelfs als je foute noten speelt, passen ze nog in de toonladder. De in de illustratie weergegeven stemming van de Ethiopische toonladders is trouwens een ver-eenvoudigde versie: eigenlijk wijken in iedere toonladder wel een aantal noten af van de hier genoteerde noten. Zo worden de tweede en zesde noot van Bati vaak lager gentoneerd, zodat je bijna een bluesladder krijgt. Dit maakt het voor mij moeilijk om zuiver van vals te onderscheiden, zeker omdat ik een ander klank-idioom in mijn hoofd heb.Moderne Ethiopische muziek In de moderne Ethiopische muziek zijn de mees-te instrumenten vervangen door het keyboard. Drums, akkoorden, bas, het wordt meestal allemaal met n keyboard gedaan. Als resultaat klinkt de modernere Ethiopische muziek meestal erg elektronisch, soms zelfs fake. Soms speelt er nog een krar of een mesenqo mee, maar de drums zijn vrijwel altijd al verdwenen, net als de basgitaar en de blazers. Moderne Ethiopische muziek is een mengeling van de traditionele heterofonie en toonlad-ders en een aantal muziekstijlen, waaronder reggae, soul en R&B. In de meeste Ethiopische popmuziek maakt de zanger nog wel gebruik van n van de pentatonische toonladders, maar speelt de rest van de band een akkoordbegeleiding die niet altijd strookt met de door de zanger gebruikte toonladder. De grootste Ethiopische ster van het moment is Teddy Afro, een artiest die deze mix op een voor de Ethiopirs aantrekkelijke manier brengt. Dance, reggae, pentatoniek, het kan allemaal samen. Moderne Ethiopische muziek is een interessant allegaartje, als je het eenmaal hebt leren te ontleden.Westers? De meerderheid van mijn studenten kent alleen dit repertoire. Ht Ethiopische radiosta-tion en d Ethiopische televisiezender kijken eigen-lijk niet over de grenzen van Ethiopi heen. De Ethiopische radio heeft n uurtje per dag wester-se popmuziek en n uurtje per week blues/jazz. Verwesterlijking? Vast wel, maar hier nog niet. Ook in de kranten is dit goed terug te zien: de vliegtuigen die het World Trade Centre neerhaal-den, waren hier in de krant het vijfde nieuwsitem. De eerste vier items gingen over fabrieken die geopend waren, toegekende subsidies en plannen van de regering. Ethiopi is nooit gekoloniseerd geweest en daardoor ook nu nog heel erg op zichzelf. Maar dat verandert snel. Zeker de jongere generatie is wl genteresseerd in wat er in de rest van de wereld gebeurt en zoekt naar wegen om daar achter te komen. Mijn studenten vragen juist naar wat er biten Ethiopi aan muziek is, en zoeken juist dat bredere perspectief.Breder muzikaal perspectief Voor mij is dat een mooi uitgangspunt om de rest van mijn verblijf mee aan de gang te gaan; mijn stu-denten een blik geven op de muzikale wereldkaart, ofwel de wereldmuziekkaart. Daarbij kan uiteraard niet alles aan bod komen en ik soms muziekstijlen zal moeten afraf-felen, maar ik zal wel proberen ze een zo breed mogelijk muzikaal perspectief mee te geven. Wat het voor mij inte-ressant maakt, is te zien wat ze daarmee gaan doen. Hoe vermengen ze deze nieuwe klanken met hun eigen idioom, vermengen ze dat berhaupt? Hoe benvloedt zon breder muzikaal perspectief henzelf als muzikanten? Hoe veran-dert dat hun musiceerstijl? Hoe waarderen ze hun eigen muziek na kennis te hebben genomen van een andere muziekwereld?Dit is geen vraag waar ik in het volgende bericht uit Ethiopi een antwoord op heb, misschien heb ik alleen nog maar tegenvragen. Maar het is wel een vraag die me in staat stelt om te gaan zoeken, graven, vragen, analyseren, en die zoektocht zou voor mij wel eens heel erg de moeite waard kunnen zijn ... Tot hoors! Ethiopische toonladdersLeerling Biruk bespeelt met plectrum een elektrische KrarDe krar is een Ethiopisch tokkel-instrument met 6 snarenDe kebero is Ethiopische trommelDe mesenqo is een nsnarig strijkin-strumentDe washint is een Ethiopische fluitTigray, Amhara, Gondor, Welayta zijn Ethiopische stammenDe vernieuwde basisvorming en muziekEen zelfstandig vak!?Michel Berendsen2007 is het startjaar voor de vernieuwing van de basisvorming. Scholen hebben een grote mate van zelfstandigheid in de vormgeving hiervan. Toch is er een koers uitgezet richting de integratie van vakken, in het uiterste geval tot leergebieden in plaats van afzonderlijke vakken. Wat is de positie van het vak muziek in de nieuwe basisvorming? voDe scenarios De Taakgroep Vernieuwing Basisvorming presenteerde in 2004 een aantal voorstellen, die groten-deels door de minister van OCW zijn overgenomen. De Taakgroep omschreef vier scenarios om tot vernieuwing te komen:1. De school blijft dicht bij het bestaande. De schoolvak-ken blijven gehandhaafd, maar waar nodig wordt het programma van de vakken op elkaar afgestemd.2. Een deel van het programma wordt door middel van vakoverstijgende projecten aangeboden.3. Verschillende onderdelen van het programma worden gentegreerd in grotere gehele aangeboden, bijv. in leergebieden.4. Alles gaat op de schop. Er is geen sprake van een traditioneel rooster. De leerling kan zelf kiezen en het docententeam coacht de leerlingen.Op veel scholen gaan de vernieuwingen stapsgewijs. Schoolmanagers_VO, de landelijke vereniging voor mana-gers in het voortgezet onderwijs, heeft netwerken opgezet van scholen die gezamenlijk aan de vernieuwing van de basisvorming werken. Op de website www.schoolmanagersvo.nl staat bij de resultaten de slogan Onderwijsvernieuwing: hoe trager, hoe sneller. Scholen hebben de pretentie het een en ander te vernieu-wen, maar een totale omslag is teveel van het goede.Slechts weinig scholen durven nu al te kiezen voor sce-nario 4. Het goede behouden ligt veel scholen en vaak vooral docenten aan het hart. Een voorbeeld van een school met scenario 4, al voor de scenarios waren uit-gedacht, is Slash 21 (www.slash21.nl). Onder meer het talenonderwijs van deze school is erg interessant: 2 jaar basisvorming in 12 weken. Het onderwijs sluit aan bij psy-chologisch onderzoek, waaruit blijkt dat leerlingen meer leren en onthouden als stof in een korte periode inten-sief wordt aangeboden. Het onderwijs wordt te weinig gestaafd aan dit soort wetenschappelijke wijsheden. 7 x 50 minuten luisteren naar een docent levert toch te weinig op bij een puber?Een onderwijsvorm die nog veel verder gaat, is Iederwijs. Op de website www.iederwijs.nl worden de volgende innovaties opgesomd:- Kinderen kiezen wat, hoe en op welk moment ze iets willen leren, vanuit hun eigen interesse.- De school bestaat uit een groep van verschillende leeftijden.- Er zijn geen lokalen, maar ruimtes voor verschillende activiteiten.- De activiteiten ontstaan vanuit het initiatief van kin-deren en/of begeleiders.- De school wordt bestuurd door kinderen en begelei-ders samen.De eerstgenoemde innovatie leverde, aangezwengeld door de pers, veel hilariteit op. In het journaal kregen we beel-den te zien van leerlingen achter gameboys, in de zandbak en in de boomhut. Als kinderen zelf kunnen kiezen, dan kiezen ze toch alleen voor leuke dingen? Hiermee is gelijk de zwakte van het standaardonderwijs blootgelegd. Wij gaan ervan uit dat leerlingen uitsluitend extrinsiek gemoti-veerd zijn om te leren. Alles wordt getoetst en nog erger: wat niet getoetst kan worden, doen we niet. Als een leer-ling iets niet wil, dreigen we met een cijferbeoordeling. Door de toetsmanie glijd je nog sneller via de neerwaartse spiraal naar beneden. Zodra er geen aandacht is voor de intrinsieke motivatie, is deze ver te zoeken. Daarom is de eerste innovatie van Iederwijs voor docenten in het traditionele onderwijs en, zelfs voor de inspectie, een ver-van-mijn-bed-show. Voor de docenten terecht; het 28september 2005-929september 2005-9Pavlov-effect heeft allang of al snel zijn intrede gedaan bij leerlingen die op de middelbare school komen: ze kwijlen alleen nog als er een toets in het verschiet ligt. En wat wil de inspectie: toetsen in het Iederwijs. Oeps!Versnippering Scholen kunnen de inrichting van de vernieuwde basisvorming voor een groot deel zelf bepalen. Het voor-deel is dat scholen kunnen doen waar zij sterk in zijn. De docenten kunnen onderwijs geven op een manier, waarmee zij uit de voeten kunnen. Of is de versnippering een zwaktebod en een uiting van het idee dat alles demo-cratisch besloten moet worden? Is de basisvorming en Tweede fase voor een deel niet mislukt, omdat docenten niet meewerkten en de schooldirecties niet op deze tegen-werking konden inspelen? Waren het niet de docenten die het hardst riepen dat de basisvorming en Tweede fase mis-lukt waren? Uiteraard is dit te cru gesteld, maar het mag wel eens gezegd worden, want er zit wel een kern van waarheid in.Wat nu beter is, versnippering of eenheid, is moeilijk te zeggen. De tijdgeest heeft geleid tot de keuze voor ver-snippering. Of het de waan van de tijd is, zal bij het verstrijken der jaren duidelijk worden.Clusters: de kunstvakken Vanwege de vakkenintegratie zijn veel scholen al bezig geweest met de clustering van vakken. Ook bij ons op school is dat gebeurd. Elke sectie is ingedeeld in een cluster, dat geleid wordt (werd) door een clustercor-dinator. Naast sectievergaderingen zijn er ook clusterver-gaderingen met als doel om de vakken meer op elkaar af te stemmen, niet alleen qua lesprogramma, maar ook qua vaardigheden.De clustercordinator voor de kunstvakken kwam tot de conclusie dat de kunstvakken zoveel van elkaar verschillen, dat afstemming nauwelijks mogelijk is. Enkele verschillen Vanwege de vakkenintegratie zijn veel scholen al bezig geweest met de clustering van vakken. Ook bij ons op school is dat gebeurd. Elke sectie is ingedeeld in een cluster, dat geleid wordt (werd) door een clustercordi-nator. Naast sectievergaderingen zijn er ook die genoemd werden:- Het vak tekenen is vooral gericht op de individuele prestatie, terwijl in het vak muziek samenwerken een grote rol speelt.- Tekenen is gericht op productie, maar muziek is vooral gericht op reproductie.Leergebieden De clustering van vakken zou een eerste stap kunnen zijn in de richting van leergebieden. In het havo/vwo zijn leergebieden een vrij onbekend fenomeen, maar in het vmbo zijn leergebieden vaak al vanzelfsprekend. Minder handen voor de klas is een goed argument! Bij havo/vwo ligt dit mijns inziens anders. De leerlingen en docenten hebben geen behoefte aan minder handen. Daarnaast speelt verdieping een grotere rol dan verbre-ding. Het eerste argument is aan het slot van de vorige para-graaf genoemd: muziek laat zich door zijn eigenheid niet makkelijk combineren met andere kunstvakken. Het tweede argument doelt erop dat muziek maken speciale vaardigheden vereist. Door vakdocenten wordt bijvoor-beeld de vaardigheden voor het bespelen van een instru-ment aangeleerd. Daarna zijn uitstapjes, door middel van vakoverstijgende projecten, best mogelijk. Leerlingen kun-nen het geleerde toepassen. Slaat men de eerste cruciale stap echter bij elke vaardigheid steeds over, dan leidt dat tot verschraling van het muziek-onderwijs. Leerlingen laten in projecten alleen maar zien wat ze toch al konden. Alleen de leerlingen die van huis uit al een instru-ment bespelen, zullen steeds op het podium staan en alle lof krijgen. Het derde argument tegen het leergebied is dat er vaak sprake is van schijn-integratie. Is een opdracht, waarbij n groep leerlingen een verhaal verzint, een andere groep muziek maakt en een derde groep een decor bouwt wel een vakoverstijgende opdracht? De uitvoering lijkt er wel op. Echter in het proces zijn de leerlingen alle-maal met hun eigen onderdeeltje bezig geweest.Een voorbeeld Graag wil ik een voorbeeld geven van een mogelijke vernieuwing van de basisvorming. Op mijn school, Het Streek locatie Bovenbuurtweg te Ede, maak ik deel uit van de werkgroep vernieuwing basisvorming, waarmee we al enkele jaren bezig zijn om vernieuwingen in het havo/vwo gefaseerd door te voeren en aan te pas-sen. Nogmaals, het is een voorbeeld, niet ht voorbeeld. De vernieuwing past bij onze school: onze directie, onze docenten, ons gebouw en onze faciliteiten.We hebben besloten om de basisvorming terug te brengen naar twee jaar. Het derde jaar wordt een opstapjaar voor de tweede fase met extra aandacht voor zelfstandig wer-ken. We hebben in de eerste twee jaren een traditioneel rooster met uitzondering van de zogenaamde Streekuren: keuze-uren waarbij leerlingen uit een aantal cursussen kunnen kiezen. Elke cursus duurt n periode (ongeveer 8 weken). Het schooljaar is ingedeeld in vier perioden, dus de leerlingen kiezen 4 keer voor een cursus.In het eerste jaar hebben de brugklassers n Streekuur per week. De cursussen kunnen een verdieping zijn van een bepaald vak, er worden ook nieuwe vakken aan-geboden zoals Italiaans, meteorologie, sterrenkunde. Bij het vak muziek hebben we gekozen voor: schoolkoor, schoolorkest, Idols. Zo hebben we ook in de basisvorming het schoolkoor en schoolorkest een reguliere plaats in het rooster gegeven.De volgende lessen hebben een bijzondere plaats binnen de Streekuren: steunuren voor de vakken Engels, Frans en wiskunde en muziek plus. De steunuren zijn bedoeld voor leerlingen die extra hulp nodig hebben voor een van de vakken. Niet alleen leerlingen kunnen zich intekenen voor zon Streekuur, maar ook docenten kunnen vooraf aan-geven dat een leerling verplicht naar een steunuur moet, gezien zijn slechte resultaten. Het Streekuur muziek plus wordt in de brugklas vanaf de derde periode aangeboden. Een selecte groep leerlingen kan deelnemen en volgt in principe ook deze Streekuren in de tweede klas. Het was voor ons een manier om het vooropleidingsproject met het conservatorium Arnhem/Zwolle in het weekrooster van de leerlingen in te bedden. Het programma bestaat dus vooral uit Algemene Muziekleer en Solfge. Leerlingen krijgen het theoretische programma van de vooropleiding, maar mogen zelf weten of ze ook echt de vooropleiding gaan volgen. Leerlingen die alleen meer willen weten van de algemene muziekleer en Solfge-vaardigheden willen opdoen, zijn ook van harte welkom.Profileren met muziek Versnippering betekent ook de mogelijkheid tot profileren. Het Streek heeft ervoor gekozen om meer aandacht te geven aan techniek en de btavakken en zo is de leerweg technasium ontstaan. Ga voor meer informatie naar www.hetstreek.nl en www.technasium.nl. Sommige scholen kiezen voor profilering met de kunstvak-ken. Zo zijn er speciale kunstklassen of muziekklassen. Het lijkt me interessant om in een volgend artikel hier nader op in te gaan. Graag wil ik hierin ervaringen van u verwer-ken. Wilt u die met mij delen, stuur dan een e-mail naar bavo@muziek-online.nl. U kunt ook reageren op dit artikel via de muziekredactie van Kunstzone (zie colofon).Tot slot In dit artikel heb ik een aantal stellingen en meningen gedropt die soms extra scherp zijn gesteld. Ze bieden zo hopelijk genoeg stof tot nadenken. Niet alleen voor u, maar ook voor de directie van uw school. Indien zij over de invoering van leergebieden nadenken, kunt u wel-licht dit artikel als munitie gebruiken. Laat dit artikel ook een aanleiding zijn om samen erva-ringen uit te wisselen over de positionering van het vak muziek in de basisvorming. Waarom hoor ik daar zo wei-nig muziekdocenten over?Als u op school door de gang loopt, kijkt u dan ook wel eens stiekem naar binnen? Een les wiskunde, Frans of Nederlands: het ziet er allemaal hetzelfde uit. Muziek niet: zingen, spelen! Dat maakt het vak toch uniek en voor de leerlingen een schooldag afwisselend! Michel Berendsen is docent muziek aan Het Streek te Ede.Muziek laat zich door zijn eigenheid niet makkelijk combineren met andere kunstvakkenDe muziekredactie van Kunstzone (hoofdredacteur Jos Herfs en redac-teur muziek Clara Legne) wil op korte termijn een dynamisch netwerk oprichten van (e-mail) correspondenten uit alle domeinen en dus over de volle breedte van de muziekeducatie (scholen, de opleidingen, centra voor kunsteducatie, onderwijsverzorging, enzovoorts). Gevraagd wordt een groot hart voor de muziekeducatie, het af en toe willen schrijven van een bericht of artikel en een brede blik. We willen goed genformeerd zijn en actuele informatie doorsluizen naar onze lezers. De stukjes en berich-ten uit de praktijk van de muziekeducatieve samenleving zullen worden geplaatst in Kunstzone en/of op de website van de VLS. Er wordt niet of nauwelijks vergaderd. De muziekredactie verzorgt het redigeren (waar nodig) van de tekst en onderhoudt de contacten vooral via e-mail.Voor vragen, ideen of suggesties kunt u contact opnemen met de hoofdredacteur muziek Jos Herfs op jjherfs@mac.com of met Clara Legne op conglome@wanadoo.nl.Dynamisch netwerk voor muziekeducatie30september 2005-931september 2005-9januari 2005-1BelevingswereldNu had ik bij meneer Kuiper al mijn twijfels. Hij was een eigenaardige onderwijzer. Dat wil zeggen, hij was soms helemaal geen onderwijzer. Soms was hij jongleur en danste met een liniaal op zijn neus door onze klas. Soms was hij artillerist en vuurde krijtjes af op leerlingen die niet deug-den. Soms was hij medicus en zonderde hij zich met n onzer af om te kijken of wij toevallig geen vliegje in ons oog hadden. Soms was hij rechter en besteedde hij uren om erachter te komen wie naast de toiletpot had geplast. Meneer Kuiper gaf les in deeltijd. Maar toch kwam er het moment dat het nieuwe vak aardrijkskunde voor het voet-licht kwam. Ik laat meneer Kuiper aan het woord (deze les kan ik mij een halve eeuw na dato nog exact herinneren): Kinderen, zo dadelijk krijgen jullie Nederland te zien. De kaart is nu nog opgerold, maar die trek ik zo dadelijk naar beneden. Weet iemand hoe Nederland er uit ziet? Vierkant of misschien rond? Wie heeft een idee?De hele klas zweeg. Er waren natuurlijk wel meer kindertjes die wisten hoe de kaart van Nederland eruit zag, maar er waren er ook genoeg die wit wegtrokken omdat zij vrees-den voor de artillerist Kuiper. Ik zelf was ook gespannen. Had meneer Kuiper zijn les wel goed voorbereid? Misschien had iemand wel de kaarten stiekem verwisseld en zouden wij een moment later tegen de kaart van het Verenigd Koninkrijk of nog erger tegen de kaart van Duitsland voor WOII aankijken. Ik was op alles voorbereid. Meneer Kuiper trok de kaart open en wij zagen Nederland. Het was gelukt.Ik weet niet wat meneer Kuiper als reactie van ons had ver-wacht. Applaus? Zuchten? Boe-geroep?Het bleef doodstil.Meneer Kuiper keek ons aan alsof hij bezig was met sek-suele voorlichting. Hij showde ons de kaart van Nederland maar kon ons niet vertellen wat er nu lekker aan was. Ik neem gemakshalve aan dat dit soort vertoningen in basis-scholen niet meer voorkomen. Nederland begint niet met een kaart maar bij je eigen huis, je eigen school, je eigen omgeving.Hoe is het met het muziekonderwijs? In mijn lagere school tijd was dat allemaal nogal simpel. Er was vrijwel niets behalve wat in de kerk te horen en te zingen viel, de liedjes op de muziekschool en wat blokfluit gedoe. Bepaald niet opwindend. Dat veranderde pas toen ik jazzmuziek en popmuziek ontdekte. Zelf beslissen over de muziek die je maakt, daar ging het mij om.Muziekonderwijs op de basisschool. Wat is er lekker of opwindend aan? Al jaren blijkt: haast niets.Soms wordt een basisschool vergast op een project van bui-ten. Dat is natuurlijk kicken. Lekker uit je dak met een paar weken of soms enkele maanden muziektheater of work-shops. Maar het zijn allemaal vormen van vaak heerlijk cul-tureel tijdverdrijf. Dit soort zaken leveren de kinderen echter geen competenties op waar ze in het vervolgonderwijs wat mee kunnen. Dat is helemaal niet erg, maar verkoop iets als PROPOSO niet alsof daarmee het muziekonderwijs in de basisschool op de rails staat.Aan het ene uiterste staat de kaart van Nederland, aan het andere uiterste de kick van voor- en nadoen om snel tot een resultaat te komen. Ook als het gaat om wereldmuziekpro-jecten. Ik moet dan altijd aan de Orff-methodiek denken. Als iedereen nu maar zn partijtje op de xylofoon of triangel kan herhalen, klinkt het bij elkaar heel aardig. Maar de leer-ling schiet er uiteindelijk (behoudens plezier op korte termijn en een aangename herinnering voor later) niet veel mee op. Net als toen met Orff. Net als toen meneer Kuiper wellustig de kaart van Nederland liet zien .Job ter SteegeAls jongetje van acht jaar had ik in de derde klas van de lagere school (1956) een merkwaardige ervaring. Ik zal het allemaal rustig uitleggen. Onze meester was meneer Kuiper. Aangezien ik als zoon van een dominee op een elitaire Bloemendaalse lagere school was geplaatst, spraken wij de meester met meneer aan. Heel officieel alle-maal. Nu was ik (vergeef mij de zelfingenomenheid, maar het was echt zo) een zelfwerkzaam en nieuwsgierig knaapje. Zo leek het mij raadzaam om al op zevenjarige leeftijd een eigen atlas van Nederland en Europa te moe-ten tekenen. Ik vond het belangrijk om te weten waar ik mij bevond. U kunt daarom zeker wel begrijpen dat ik in de derde klas met grote verwachting het nieuwe vak aardrijkskunde tegemoet zag.De veranderingen worden stapsgewijs doorgevoerd. Komend seizoen zijn de wijzigingen het grootst bij MovieZone. Daaraan kunnen middelbare scholieren voort-aan zowel collectief als individueel deelnemen. Als gevolg daarvan kent MovieZone vanaf komend seizoen zowel een binnen- als buitenschools aanbod.Klassefilm voor het primair onderwijs Komend schooljaar vertoont Klassefilm vijf films voor leerlingen uit groep 3 t/m 8 van het primair onder-wijs. De films sluiten aan bij de interesses en het niveau van de leerlingen en worden vertoond in een bioscoop of filmtheater. Op school hebben leerlingen voor en na de vertoning een klassengesprek en maken ze opdrachten. Hiervoor levert het NIF speciaal ontwikkeld lesmateriaal.De kosten van lesmateriaal en filmbezoek zijn in de prijs per leerling verwerkt. Die bedragen dit seizoen 1,25. Deelnemen aan de Klassefilm-schoolvoorstellingen kan alleen via inschrijving vooraf via een van de deelnemende steunfunctie instellingen. Klassefilm is te zien op 45 plaat-sen in het land en wordt jaarlijks bezocht door ongeveer 130.000 leerlingen.MovieZone voor het voortgezet onderwijs Vanaf oktober 2005 bestaat MovieZone niet alleen meer uit het buitenschoolse filmprogramma in de filmtheaters, maar worden ook schoolvoorstellingen geor-ganiseerd. Vijf filmtitels worden pasklaar met lesmateriaal aangeleverd voor leerlingen in de onderbouw. Leerlingen in de Tweede fase of de bovenbouw van het vmbo kunnen in het buitenschoolse circuit van MovieZone zelf kiezen welke film ze zien. Deze voorstellingen vinden doorgaans op vrij-dagmiddag plaats in 30 grote en kleine filmtheaters door heel Nederland. Deelnemen aan MovieZone-schoolvoor-stellingen kan alleen via inschrijving vooraf via een van de participerende steunfunctie instellingen. De kosten bedra-gen 2,- per leerling (inclusief lesmateriaal en filmbezoek). De voorstellingen in het open circuit zijn vrij toegankelijk en kosten 4,50 (tot 25 jaar). Met CKV voucher of CJP-pas 3,50.Ontwikkeling van kennis en smaak Door de betere afstemming van Klassefilm en MovieZone op de doelgroepen ontstaat een verbeterde aansluiting tussen filmeducatie in het primair en voortgezet onderwijs. In Klassefilm wordt de belangstelling voor film en filmbezoek geprikkeld en de eerste kennis over film spelenderwijs overgedragen. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs wordt daarop met de MovieZone- schoolvoorstellingen voortgeborduurd en worden kennis Best of both worldsDe nieuwe opzet van Klassefilm en MovieZoneOliv ier ten KateMet ingang van het schooljaar 2005-2006 zijn de landelijke educatieve filmprogrammas van het Nederlands Instituut voor Filmeducatie (NIF) in opzet gewijzigd. Klassefilm zal zich in de programmering en ontwikkeling van lesmateriaal alleen nog richten op het pri-mair onderwijs, MovieZone op het voortgezet onderwijs. Klassefilm en MovieZone profite-ren daarbij van de ervaringen die de afgelopen jaren met beide activiteiten zijn opgedaan. Het beste uit beide filmprogrammas is verenigd. po/voIn Oranje, Joram Lrsen, Nederland 2004. Met dank aan A-film32september 2005-933september 2005-9en smaak ten aanzien van film verder ontwikkeld. In de bovenbouw van het primair onderwijs hebben leerlingen aldus een belangstelling voor film verworven die hen in staat stelt gemotiveerd een keuze te maken voor de bij-zondere films uit het MovieZone circuit, wanneer ze in het kader van CKV een culturele activiteit ondernemen. Door de verbeterde afstemming wordt het ook mogelijk verbindingen te leggen tussen de MovieZone schoolvoor-stellingen en het circuit. Komend seizoen bijvoorbeeld draait Hero van regisseur Zhang Yimou in de MovieZone -schoolvoorstellingen terwijl tegelijkertijd zijn recentere House of the Flying Daggers in het open circuit is te zien.Ondersteuning via internet De websites van Klassefilm en MovieZone wor-den komend seizoen volledig vernieuwd en een volwaardig onderdeel van de educatieve context van beide activitei-ten. Leerlingen kunnen er informatie vinden over de films en spelen met filmische aspecten als montage en scenario. Ook kunnen ze zelf online recensies schrijven en de films die ze hebben gezien beoordelen. Deze beoordeling (1 tot 5 sterren) wordt vanaf komend seizoen een keurmerk van de bezoekers aan Klassefilm en MovieZone dat op de hoes zal prijken van de films die opgenomen worden in Filmeducatie DVD-Collectie. Deze DVD-serie geeft het NIF dit jaar voor het eerst uit. Op de docentenpagina van de websites kunnen in een forum ervaringen worden uitgewisseld. Ook kan er lesmateriaal worden besteld of gedownloaded. Op de Klassefilm- en MovieZone-website kan met een druk op de knop contact worden gezocht met de steunfunctie-instellingen die de schoolvoorstellingen bemiddelen. Op de MovieZone-site kan daarnaast worden doorgeklikt naar de filmtheaters die deelnemen in het circuit. RegiotrainingenSpeciaal voor docenten die werken met Klassefilm en MovieZone organiseert het NIF komend schooljaar een viertal regiotrainingen. Op de lokaties van steunfunc-tie-instellingen waarmee het NIF samenwerkt wordt in deze trainingen in een plenair deel aandacht besteed aan het belang van educatie over film en av-media in het algemeen. In workshops gaan de deelnemers in groepjes uiteen om per onderwijstype specifiek te spreken over de inzet van materialen van Klassefilm en MovieZone in de les en om een beeld te krijgen van het andere aanbod dat er voor de betreffende doelgroep is. In praktijkoefeningen komt de filmanalyse aan de orde, maar ook hoe het beste een klassengesprek over een bekeken film kan plaatsvinden.Relevantie linkswww.filmeducatie.nl: voor nieuws, agenda, links, informatie over educatieve activiteiten, online te bestellen en gratis te downloaden educatieve materialen en verschillende communities.www.klassefilm.nl: met informatie over films uit het Klassefilm-programma, spelletjes, e-cards en een prijzenpakket voor de beste zelfgeschreven online recensie. En voor docenten: informatie over de organisatie van de Klassefilm-schoolvoorstellingen, nieuws, een forum, online te bestellen lesmateri-aal en gratis te downloaden extra opdrachten.www.moviezone.nl: met informatie over film uit het MovieZone-programma en de filmtheaters, gratis te downloaden achtergrondinformatie, nieuws, games, quiz, archief, links en acties. En voor docenten: informatie over de organisatie van de MovieZone-schoolvoorstellingen, nieuws, gratis te bestellen lesmateriaal en docentenhandleidingen (film algemeen, animatiefilm en documentaire).Hero, Zhang Yimou, Hongkong/China 2002 Met dank aan A-filmMotorcycle diaries, Walter Salles, VS/UK/Duitsland/Argentini 2004.Met dank aan A-film.Er kunnen ongeveer 300 leerlingen aan ieder festival deel-nemen. De datum van het festival wordt in overleg met de school gepland. Leerlingen kijken tijdens het festival niet alleen naar speciaal geselecteerde films, maar gaan daar-naast actief aan de slag met verschillende workshops en specials. Het School Film Festival geeft leerlingen inzicht in de werking en het maakproces van film, televisie en nieu-we media, leert hen informatie verzamelen en zelfstandig een keuze te maken uit het culturele aanbod.Docententraining Voorafgaand aan het festival krijgen de docen-ten een training van het NIF. Tijdens deze training worden filminhoudelijke aspecten besproken en adviseert het NIF de school over de festivalorganisatie. Tevens ontvangen de docenten een handboek. Dit handboek bevat een stappen-plan en handige tips voor de organisatie van het festival.Programma en organisatie De school bepaalt vervolgens welke films en onderdelen in het programma komen en hoe het festival wordt vormgegeven. Het NIF levert de ondersteunende middelen. In het basisonderwijs dient de programmering te gebeuren door de docenten. Leerlingen uit de bovenbouw verrichten in samenwerking met hun docenten de voor-bereidende activiteiten. In het voortgezet onderwijs moet een festivalcommissie van 10 leerlingen -begeleid door 2 docenten- aangesteld worden voor het organiseren en programmeren van het filmfestival.Het NIF selecteert uit zijn bestaande programmas pas-sende films voor het festival en biedt deze aan in een cata-logus. Op basis van de informatie in de catalogus kunnen de docenten en de festivalcommissie het receptieve deel van het festivalprogramma samenstellen. De geselecteerde films worden geleverd op DVD en worden bij voorkeur met behulp van een beamer op groot formaat vertoond.Workshops en specials Naast films kan een keuze gemaakt worden uit diverse workshops en specials, zoals Acteren voor de camera en Geluid bij film. Hiervoor werkt het NIF nauw samen met professionals uit de filmwereld die, ieder op hun eigen vakgebied, leerlingen laten zien hoe het er in het echt aan toe gaat.Het NIF levert verschillende materialen die gebruikt kun-nen worden om de school aan te kleden en een echt festi-valgevoel te creren.Website Op de website van School Film Festival kan elke deelnemende school binnen een vast kader een eigen fes-tivalsite bouwen. De site maakt deel uit van de educatieve context. Leerlingen kunnen de site gebruiken om infor-matie te verzamelen en een keuze te maken uit het pro-gramma-aanbod. Ook kunnen ze online hun ervaringen en meningen verwerken door fotos te plaatsen, recensies te schrijven en films te beoordelen. Deelnemen Scholen kunnen zich voor het School Film Festival inschrijven via een formulier op de website www.filmeducatie.nl.Filmfestival op schoolI lma van de BeekIn het nieuwe schoolseizoen kunnen scholen van zowel het primair als het voortgezet onderwijs hun eigen schoolfilmfestival organiseren. Met de activiteit School Film Festival ondersteunt en adviseert het Nederlands Instituut voor Filmeducatie (NIF) scholen bij het opzetten van een filmfestival dat aansluit bij de wensen van de school. Het School Film Festival duurt n dag en vindt plaats binnen de school. po/voDemonstratie stuntwerk34september 2005-935september 2005-9Digital Storytelling sluit aan op de multimediale wereld die voor studenten en leerlingen alledaagse kost is. Mediale competenties verwerven zij als vanzelf via hun gsm waar ze sms-jes, fotos en filmpjes mee maken en versturen. Naar een website surf je om informatie op te halen voor bijvoor-beeld een werkstuk of om te kijken naar een preview van Miss Congeniality 2. Met vrienden en familie kun je chat-ten via Messenger. Bij Digital Storytelling gaat het erom de mediale competenties van studenten en leerlingen op het niveau te brengen waarop ze ingezet kunnen worden als middel in de verhalende didactiek en methodiek om een digital story te kunnen vertellen.Je eigen moois Wij leven samen, wij benvloeden elkaar en rea-geren op elkaar, maar altijd en onder alle omstandigheden zijn wij alleen. Gewaarwordingen, gevoelens, inzichten en fantasien zijn allemaal persoonlijk en, behalve door middel van symbolen en uit de tweede hand, bijvoorbeeld via het verhaal, niet meedeelbaar. De mens vertelt verhalen, nar-ratieven om het leerproces, nieuwe ervaringen en gebeur-tenissen te kunnen verwerken en te kunnen opnemen in reeds bestaande verhalen. Narratieven geven ons een kans het versnipperde leven en leren weer tot een geheel maken. Narratieven hebben hun eigen betrouwbaarheid, mits je elkaar verstaat. Bij Digital Storytelling wordt het nar-ratief verteld met digitale video, audio en fotografie als een verhalend en een verbeeldend hulpmiddel in leerprocessen. Foto en film kunnen bij de personen de gefotografeerde gebeurtenis zodanig laten beleven dat zij de ervaringen, gevoelens en gedachten die zij hadden tijdens deze opna-me, opnieuw beleven (Wels, 2001). Zodoende ontstaat er een schat aan authentieke informatie over de betrokkene en de fotograaf. Met Digital Storytelling wordt een van de oudste vormen van mededelen teruggehaald: verhalen vertellen, verhalen met een plaatje. Noem het narratieven, digitale narratieven (Paul Scheulderman, 2005).Digital Storytelling is een eigenzinnige uitwerking van verhalende en constructivistische didactiek. Het lectoraat Vernieuwende Opleidingsmethodiek en -didactiek bege-leidt onder andere de Montessori-opleiding van de Theo Thijssen Academie bij het werken met een leerlandschap (een sociaal-constructivistisch, postmodern alternatief voor het modulegestuurde curriculum). Bij het werken met een leerlandschap formuleert een student voor zichzelf in samenspraak met zijn leerteam leervragen en leeractivitei-ten. Hij doet steeds pedagogisch onderzoek in de dagelijkse werkelijkheid van de school (Hans Jansen, 2004). Bij het doen van pedagogisch onderzoek kan Digital Storytelling een rol spelen. Een hulpmiddel dat gericht is op het ondersteunen van het complexe proces van observeren, interpreteren, concluderen, documenteren, rapporteren en betekenisgeving. Met inzetten van multimedia komt bovendien aan de orde: het aantrekkelijke karakter van het werken met multimedia. Aantrekkelijk betreft zowel het plezier dat aan het werken met media valt te beleven als de voldoening bij het beantwoorden van een beeldende leervraag (Paul Scheulderman, 2005). Je eigen moois, je persoonlijke digitale narratief. Je registreert, je signaleert, je geeft vorm met nieuwe mogelijkheden en legt zaken bloot die eerder niet met woorden of traditionele midde-len zichtbaar waren te maken. Met digitale middelen een verhaal vertellen is dan ook een beeldend proces waarin Ivo de WildeHet College van bestuur van de Hogeschool van Utrecht besloot in juni 2004 een subsidie toe te kennen aan Digital Storytelling. Digital Storytelling wordt door het lectoraat Vernieuwende Opleidingsmethodiek en -didactiek van de FEO (Faculteit Educatieve Opleidingen) samen met de FSAO (Faculteit Sociaal Agogische Opleidingen) uitgewerkt tot een multimediale methode voor pedagogen, docenten, coaches, opleiders, leraren en social workers ter ondersteuning van het digitale portfolio. Sinds december 2004 worden er trainingen Digital Storytelling gegeven.Digital Storytellingvovorm, inhoud, betekenisgeving en reflectie samenvallen. Door middel van Digital Storytelling worden inhoud en beleving van het leerproces weer volgbaar en bespreekbaar gemaakt, maar wel op een andere manier dan in de klas-sieke klassensituatie.Drie en een halve minuut In december 2004 zijn de trainingen Digital Storytelling gestart. Na mijn oproep aan deelnemers van de training Digital Storytelling om een reactie te geven op mijn vraag naar de betekenis van Digital Storytelling voor jezelf, je opleiding, als docent, opleider, coach, student en leerling ontving ik verschillende e-mails. Ik wil u enkele reacties niet onthouden:Marion Reuler, docent/coach bij de Montessori-opleiding van de Theo Thijssen Academie zegt onder andere dit over Digital Storytelling:... dat met name de combinatie van beeld, tekst, muziek alle zintuigen aanspreekt en daarnaast kort en krachtig is. Alleen al daarom zal het studenten aanspreken ...De coach van Simone Mark op de (Hogere) Kaderopleiding Pedagogiek heeft de training Digital Storytelling gevolgd en het stokje aan haar doorgegeven. Simone mailt mij:... De meerwaarde van een DST is voor mij dat beeldma-teriaal veel meer facetten kan vangen dan een tekst. Je kunt er een gevoel, een mentaal model, een mening, een richting mee aangeven zonder dat je alle ruimte voor de kijker ontneemt om er zelf iets mee te doen (te interprete-ren, te selecteren, enzovoorts) ...Karel Mulderij, onder andere docent bij het Seminarium voor Orthopedagogiek, mailt mij:... verzuip ik lichtelijk in mijn ideen en in de techniek (zo ongeveer alles gaat mis op mijn pc, maar ik hou vol!!) schat ik de lengte op wat ik wil ongeveer een paar uur in, heb geen flauw idee hoe nog meer te bekorten en bedenk: Training Digital StorytellingIn het voorjaar van 2005 werd bij de Theo Thijssen Academie het centrum voor Digital Storytelling geopend. Het cen-trum wordt ondersteund door het lectoraat Vernieuwende Opleidingsmethodiek en -didactiek en komt onder beheer van Ivo de Wilde en Jos van Duijvenvoorde. Beiden zijn verbonden aan de Theo Thijssen Academie.Pedagogen, docenten, opleiders, leraren, coaches en social workers kunnen bij het centrum een training in Digital Storytelling volgen en opgeleid worden tot trainer Digital Storytelling.VormenDe training Digital Storytelling kent drie vormen:1. Kennismaken met Digital Storytelling (1 dag)2. Training Digital Storytelling (3 dagen)3. Train de trainer voor Digital Storytelling ( 7 dagen)De trainer in training volgt de drie dagen training Digital Storytelling. Vervolgens maakt de trainer in training een Digital Storytelling onder supervisie van een lid het Centrum voor Digital Storytelling en tenslotte organiseert en voert de trainer in training samen met een lid van het Centrum voor Digital Storytelling twee keer de drie dagen training Digital Storytelling uit.1 en 2 kunnen onafhankelijk van elkaar gevolgd worden. Voor het volgen van 3 is het noodzakelijk 2 te hebben gevolgd.LocatieTheo Thijssen Academie (FEO), Archimedeslaan 16, 3584 BA, UtrechtInformatieIvo de Wilde en Jos van Duijvenvoorde, telefoon: (030) 2547182Rene van der Linde, telefoon: (023) 5327266 of (06)22404900Aanmelden en aanvraag van offerteMarjo Jansen, secretariaat lectoraat Vernieuwende Opleidingsmethodiek en -didactiek, Buitengaats 13, 1186 MB Amstelveen, telefoon: (020) 4410521, e-mail: marjojansen@euronet.nl.LiteratuurJansen, H. (2004): Het leerlandschap van de Montessoriopleiding. Online, 13e jaargang, nummer 7september 2004. Scheulderman, P (2005). Digital Storytelling. In Jansen, H. (red.) (2005): Levend leren, Utrecht: Agiel Wels, P.M.A. (2001): Helpen met beelden. Video in de hulpver-lening aan gezinnen. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghumseptember 2005-9 september 2005-9Dit is niet voor het gewone leven, dit moet wetenschap zijn: systematiseren, reduceren, verschijnselen tot de kern terug brengen in drie en een halve minuut ...Anne-Marie Gielen en Marjan Stappers, beiden werkzaam in het onderwijs, studeren binnenkort af aan de (Hogere) Kaderopleiding Pedagogiek. Zij willen Digital Storytelling inzetten in hun bureau Moveres waar zij trainings- en begeleidingstrajecten aanbieden. Anne-Marie en Marjan raakten genspireerd door de ervaringen die zij opdeden in hun klassen. Zij mailen mij:... Wanneer je ziet welke muziek, fotos, plaatjes en bij-voorbeeld ook de keuze voor overgangen tussen de beel-den die de kinderen gebruiken, bemerk je de eigenheid van elk persoontje in elk filmpje. Ze maakten hun eigen narratief. Een verhaal met heel veel inhoud, een inhoud waarvoor ze de woorden niet hadden maar wel de beelden ... De betekenis van DST voor mij als leerkracht is vooral de verbetering in de relatie met deze kinderen. Plotseling kennen wij elkaar veel beter ...TijdschriftenClara LegneHet is een kleine zomerstapel tijdschriften dit keer. Dat is maar goed ook, want uw ijverige recensent is door een fanatieke scholier op een brommer van haar fiets-zadel gereden en typt dit stukje nu met slechts n hand. En die blijkt de letters die de andere hand op zijn duimpje kent met geen mogelijkheid te kunnen vinden, dus het schiet niet erg op. Die brommerjongen schraapte jou zeker wel even vriende-lijk van het asfalt, hoor ik u bezorgd vragen. Nee, ik moet u teleurstellen. Hij riep vrij vertaald achterom: Scheer je weg, vrouwelijk hondje! en liet me verbouwereerd bloedend achter. Kinderen kunnen bij ons k terecht voor nor-men en waarden!, roept een directeur van het openbaar basisonderwijs in OCW ONDERWIJSMAGAZINE 7-8/2005 wanhopig. Er blijkt iets vreemds gaande te zijn. Steeds meer ouders kiezen voor hun kind geen openbaar, maar bijzonder onderwijs. Levensbeschouwelijke overwegingen zijn aanvankelijk van ondergeschikt belang, maar geven opmerkelijk genoeg bij de definitieve keuze toch vaak de doorslag. En dus lopen de openbare scholen zachtjes leeg. Verder in OCW ONDERWIJSMAGAZINE (ik noem het verder O, doen ze zelf ook) een aardig artikel over het nieuwe leren, maar dan in historisch perspectief. Tolstoj, Montessori, Parkhurst (Dalton) passeren de revue. En welke Nederlandse idealist wijdde in 1891 de volgende gedachte aan het belang van intrinsieke motivatie in ons onderwijs? De mens zoals hij worden moet, zal zijn als het stoom-werktuig, dat door het vuur van een welgesmede haard inwendig wordt in werking gebracht. De oplossing krijgt u straks. Dat het oude leren overigens ook niet alles was, blijkt uit het opvallende aantal foutief gespelde voltooid deelwoorden in dit artikel. Verder wordt in O aandacht besteed aan de naderende Lumpsumfinanciering. In augus-tus 2006 moeten alle basisscholen eraan geloven. Wie even genoeg heeft van die rottige SuDoku-puzzels mag mee komen oefenen met de Simulatietool op www.mijncfi.nl - waarna ikzelf SuDoku ineens enig vond en papgemakkelijk. De jongens van popmagazine HEAVEN 5-2005 moeten ook puzzelen, maar dan met ruimte. Het blad zit tot aan de nok vol bruikbare info, cd-recensies, biografien, agendas. Hun vaste rubriek Postuum eist dit keer twee paginas. Maar liefst vijftien muzikanten zijn ons ontvallen. Een slechte maand voor de soul, constateert HEAVEN zelf. Risseeuw en Stramrood gaan met elkaar in debat over voor of tegen musicals. Van mij mogen ze, en Risseeuw (pro) komt met betere argumenten dan zijn opponent, maar of het Joop van den Ende iets kan schelen vraag ik me af. En toen ik afgelopen week s avonds heel laat op het perron in Utrecht een aansluiting miste die er uiteindelijk helemaal niet bleek te zijn, belandde ik tussen honderden MamaMia-gangers die er zonder uitzondering heel gelukkig uitzagen en het, opgewekt napratend of volledig verdiept in het uitgebreide programmaboek, helemaal ontgaan leek te zijn dat de NS -zonder enige waarschuwing vooraf- voorgoed was opgehouden met hun core business, het personenvervoer. Terzijde: de goederentreinen reden wel. Die zijn namelijk winstgevend. De NS roepen tegenwoordig niet meer om, hoelang de vertraging zal duren. Men is overgegaan op opgewekte mededelingen zoals De trein naar Den Bosch zal over ongeveer 35 minuten binnenrijden. Maar mis-schien kan de NS er rekening mee houden dat berichten voor reizigers die willen weten of er nog een trein komt of dat we eerst gaan eten, volstrekt verloren gaan in het oorslopende gedender van de goederentreinen die door NS voorgetrokken worden? INTERFACE 91 besteedt ook even aandacht aan gehoorschade. Ro Krom, muzikant, producer, remixer, dj vertelt over zijn gehoorproblemen. Die komen niet door keiharde muziek, zoals je zou verwachten, maar door keihard oorsmeer. Belangrijk is wel () om te herstel-len van een zware belasting. Als je na een soundcheck of een optreden je oren voldoende laat bijkomen kun je harde sound levels toch goed verwerken, beweert Ro. Beste Ro, dat is een misverstand. Er breken wel degelijk bij elke te zware geluidsbelasting trilhaartjes in je slakkenhuis af. Sluipende schade die je pas over een aantal jaren overvalt, maar dan wel met een klap. Gehoorschade: volksziekte nummer 1. In KNTV MAGAZINE 43 wordt opnieuw een pleidooi gehouden voor verlaging van het BTW-tarief op muziekonderwijs. Het argument was steeds dat Europa dit niet toestaat, maar hoofdredacteur Luif constateert dat Joop Wijn ook voor een andere sector het hoge tarief ver-laat. En heeft dus maar weer een brief geschreven. Duimen dat het nu wel lukt. De werkgelegenheid voor zelfstandig gevestigde musici en muziekdocenten zou een broodnodige injectie krijgen. Dat geldt ook voor muziekscholen: Door subsidiemaatregelen van gemeenten is het voor volwasse-nen en ouderen bijna onmogelijk tegen een betaalbare prijs muziekles te krijgen.Waarmee ik het einde van dit stuk voor verkrampte linker-hand heb bereikt (zelden zo blij geweest met een spelling-corrector op de pc) en mij alleen nog de mededeling rest: het was natuurlijk Frederik van Eeden. 37 Het Nederlands Instituut voor Filmeducatie (NIF) geeft vanaf dit school-jaar een Filmeducatie DVD-Collectie uit. Daarmee wil het NIF mogelijk maken dat films met een bijzondere kwaliteit of betekenis ook na het bezoek aan bioscoop of filmtheater bekeken kunnen worden of ingezet bij filmeducatieve activiteiten op school. DE DVDS hebben een aantrekke-lijke prijs en worden geleverd inclusief lesmateriaal. Dit materiaal bestaat uit een docenten- en een (kopieerbaar) leerlingendeel met lessuggesties, achtergrondinformatie en verwerkingsopdrachten.De eerste editie van de Filmeducatie DVD-Collectie is onlangs verschenen en bestaat uit 13 titels, waaronder Lost in Translation en Shouf Shouf Habibi!. De films zijn geselecteerd uit de landelijke educatieve filmpro-grammas van het NIF: MovieZone voor het voortgezet onderwijs en Klassefilm voor het primair onderwijs. Beide programmas samen worden jaarlijks door meer dan 220.000 kinderen en jongeren bezocht. In het vervolg worden na ieder seizoen van Klassefilm en MovieZone nieuwe filmtitels geselecteerd en aan de collectie toegevoegd. Daarbij wordt dan ook de waardering betrokken die de bezoekers van de filmprogrammas in het nieuwe schooljaar aan de films kunnen toekennen via de websites van MovieZone en Klassefilm. De reeks wordt jaarlijks aangevuld met bijzon-dere films uit de programmas van samenwerkingspartners van het NIF. Dit jaar zijn dat het International Film Festival Rotterdam en het Holland Animation Film Festival. De overige titels van de selectie 2005 en de bestelwijze kunt u vinden op www.filmeducatie.nl.Dvds met lesmateriaal Computerscherm met storyboard voor Digital StorytellingComputerscherm met storyboard voor Digital Storytelling36september 2005-939september 2005-9ExpositieDe gebroeders van Limburg verdienen spe-ciale aandacht, want tot 20 november 2005 zijn voor het eerst diverse afbeeldin-gen uit Les trs riches heures du Duc de Berry buiten Frankrijk te zien. In Museum Het Valkhof is een expositie van de gebroeders en hun tijdgenoten ingericht.www.museumhetvalkhof.nl en www.gebroedersvanlim-burg.nl Een nieuw schooljaarEen nieuw schooljaar, nieuwe groepen en wellicht ook nieuwe docenten. Opnieuw zullen velen de weg moeten weten te vinden in CKV-land. Dit geldt uiteraard net zo hard voor docent als student. Om een begin te maken met uw zoektocht door de CKV-disciplines geven we u een selectie met sites waarop veel naslag is te vinden. In deze Kunstzone Algemene naslagsites, Beeldend en Cultureel erfgoed. In Kunstzone 10-2005 Dans, Film, Fotografie, Video, Muziek, Toneel en Theater.Algemene naslagsitesSchooltv Beeldbank bevat ruim 750 clips over alle mogelijke onderwerpen. Je kunt je abonneren op de nieuwsbrief.http://beeldbank.schooltv.nl/index.jspCKV1 getoetst is een nieuwe site over CKV1. CKV1 (evenals CKV vmbo) is een kleurrijk vak. Voorop staat de eigen keuze van de leerling. Dus eigenlijk ook een individuele leerroute met individuele inhouden. Hoe dicht komt uw programma bij dit ideaal? Cito, KPC Groep en SLO hebben in opdracht van het Ministerie van OCW gezamenlijk de vele mogelijkheden verkend, zowel in theorie als in de praktijk van de scholen. Het resultaat is een handreiking voor docenten CKV1. Daarnaast geeft de website ook informatie over mogelijke leerroutes. Die zijn gekoppeld aan overwegingen over leerstijlen, al dan niet aanwezige kennis, waaruit overwegingen voor keu-zes zijn af te leiden: voor elke leerling een route met een eigen kleur. http://toetswijzer.kennisnet.nl/html/ckv1/home.htmMuseum Boijmans van Beuningen heeft een zeer uitge-breide site met informatie over personen, eindexamens, diapresentaties, het museumwerk, CKV1 (liefde) en CKV2 (dada) en een Kunstweb waarmee je een virtuele wande-ling langs de collectie kunt maken en je eigen route kunt kiezen. Er worden de verschillende genres, stromingen en stijlen beschreven. Er zijn ook drie themas: emoties; woord en beeld; beeld en voorbeeld. In deze themas komen verschillende kunstenaars aan bod die allemaal met dat thema te maken hebben en ze eindigen met vra-gen die je kunt maken. Een erge leuke informatieve site waar je niet snel op bent uitgekeken.www.boijmans.nlCkplus heeft een CKV- en een Docenten-site waarop honderden sites met naslag, webweetjes, CKV- en educa-tieve activiteiten van de instellingen zijn bijeengebracht. Zowel voor docent als student. Er zijn zeven disciplines van beeldend t/m cultureel erfgoed. Deze zijn weer onderverdeeld in algemene activiteiten en activiteiten alfabetisch op plaatsnaam gerangschikt.www.CKplus.nl/ckv.html en www.CKplus.nl/docent.htmlCultuurplein.nl presenteert zich als de toegang tot cul-tuur en onderwijs De centrale plek voor alles dat te maken heeft met cultuur en onderwijs.www.cultuurplein.nlDigischool heeft gratis vaklokalen en communities waar vakgenoten elkaar ontmoeten en met elkaar kun-nen communiceren. Voor elk vak is er een vaklokaal. In samenwerking met Kennisnet kunt u gratis en voor niets op uw school een ICT-studiedag organiseren. U zit zelf achter de computer en wat u leert, kunt u direct toepas-sen. U moet wel even (gratis) lid worden van Digischool en er moeten minimaal 10 deelnemers zijn. Er zijn vier programmas die ieder twee dagdelen beslaan. Ga naar www.digischool.nl/trainingen voor 1) Schoolsite met leerlingpaginas (beginners). Zelf een website opzetten. 2) De digitale camera (beginners). Hoe gaan leerkrach-ten met een digitale camera om? 3) Lesmateriaal via Internet (gevorderden). Met name voor scholen met een eigen website: maak je eigen startpagina. 4) Webbased lesmodule (voor meer gevorderden). Met opdrachten en toetsen.www.digischool.nlKunstenaars op internet heeft als doel is het leveren van een dienst waarmee kunstenaars hun eigen site kunnen bouwen. Honderden hebben hier al gebruik van gemaakt en tonen een keur aan stijlen en werken.www.exto.nlMuseum Kennis is het resultaat van een samenwerking van drie musea in Leiden. Een schat aan informatie over verre volken, oude culturen en de natuur. Een samenwer-king van Rijksmuseum voor Volkenkunde, Rijksmuseum van Oudheden en Naturalis. Aan de orde komen themas als wetenschappelijke illustraties, de middeleeuwse stad, verzamelaars, op jacht naar voedsel, dodencultus, Actief met CKVActief met CKVOnder redactie van Wil en Hans Weikamp38 meer dan 35 jaar maatwerkvoor school- en studentengroepenGenoemde tarieven bij 46-60 deelnemers bij touringcarreizen en vanaf 16 deelnemers bij vliegreis Dublin of Romeen 26 deelnemers bij vliegreis Barcelona. Periode november-februari.Bij touringcarreizen: elke 16 deelnemer gratis en reisverzekering inbegrepen!U kiest uw eigen vertrekdatum! Service waar u recht op heeft!Minder deelnemers? Meer reisdagen? Andere periode? Of een ander reisdoel in Europa? BEL ONS VOOR EEN VRIJBLIJVENDE OFFERTE OP MAAT !EUROPA SPECIAAL REIZEN - HET WARGAREN 5 - 5397 GN LITH - TEL. 0412-481000info@europaspeciaalreizen.nl www.europaspeciaalreizen.nlU REIST PER KEURMERK TOURINGCAR: VEILIGHEID EN COMFORT! BEL EVEN VOOR ONZE REISGIDS!PARIJS 3-daagse touringcarreis, heen en terug dagrit, hotel*/** 3-persoonskamers, douche/toilet, L+OBERLIJN 4-daagse touringcarreis, heen dag- en terug nachtrit, Jugendhotel, meerpersoonskamers, L+ODUBLIN 3-daagse vliegreis, Eindhoven of Brussel-Charleroi - Dublin vv (excl. verplichte taxen!),youth hostel, meerpersoonskamers, L+OLONDEN 3-daagse touringcarreis, heen dag- en terug nachtrit, youth hostel, meerpersoonskamers, L+OBARCELONA 4-daagse vliegreis, Eindhoven of Brussel-Charleroi - Girona vv (excl. verplichte taxen!),hotel**/*** 3-4 p.kamers, halfpensionROME 4-daagse vliegreis, Eindhoven of Brussel-Charleroi - Rome vv (excl. verplichte taxen!),hotel** 4-6 p.kamers, douche/toilet, L+OVENETI 5-daagse touringcarreis, heen en terug nachtrit, hotel** 3-4 p. kamer, douche/toilet, L+OPRAAG 4-daagse touringcarreis, heen dag- en terug nachtrit, hotel*/**, 2-3 p.kamers douche/toilet, L+OGIRO DITALIA 8-daagse touringcarreis (Florence, Rome en Veneti), heen en terug nachtrit, hotel**, L+Ovanafq178,50 p.p.vanafq184,25p.p.vanafq125,50p.p.vanafq 68,00 p.p.vanafq139,00 p.p.vanafq129,95p.p.vanafq174,95p.p.vanafq 99,95p.p.vanafq255,95p.p.REISORGANISATOR188 x 225 mm kunstzone 2005 06-09-2005 11:46 Page 1

Recommended

View more >